Interview met Guy Baekelmans

volgende interviews: Mil Ceulemans, Carla Arocha en Stéphane Schraenen, Miet Warlop,...
Interview met Guy Baekelmans (°1940, Berchem), zomer ‘14 

Expo van Guy nog te bezoeken tot en met 21 december '14 in het FELIXART MUSEUM in Drogenbos.


 Hilde Van Canneyt: Hallo Guy, waarvan denk je dat de meeste mensen jouw werk kennen?
Guy Baekelmans: Ik denk van mijn constructivistische periode van de jaren zeventig en tachtig. Na mijn opleiding heb ik mij de eerste zeven jaar toegelegd op fotografie om weg te komen van de invloed van mijn leraar en kunstenaar Octave Landuyt, toen in zijn organische periode. Hij lachte met mijn abstracte werken waarmee ik ben begonnen toen ik zestien à zeventien jaar was. Wanneer ik na zeven jaar terug ging schilderen, maakte ik toch eerst weer een Landuytje. (lacht) Maar ik heb me dan anderhalf jaar geconcentreerd op allerlei technieken en materialen, en ben gelukkig met iets totaal anders kunnen buiten komen. Mijn constructivistische periode begon 10 jaar later.



HVC: Je bent nu 74 jaar. Je ziet er supergezond uit en je bent tot op de dag van vandaag nog altijd actief. Heb je het daarover als je schrijft over 'mijn ononderbroken kringloop'? Bedoel je daarmee het altijd verder schilderen?
GB: Er is altijd een continuïteit geweest, een logisch vervolg op wat voorafging. Maar 'de ononderbroken kringloop' refereert natuurlijk ook naar het leven zelf, de evolutie, de zich steeds voortzettende spiraal van leven en dood. De dood is voor mij als boeddhist een deel van het leven zonder einde, een steeds een cyclisch gegeven.

HVC: Maar tot op de dag van vandaag ben je nog altijd even gedreven om nieuw, fris werk te maken?
GB: Ja, absoluut, zoals een vogel steeds weer zijn ei moet leggen.


HVC: Is dat een evidentie voor jou? Iets waarover je niet moet nadenken? De mensen moeten op je website maar eens een kijkje nemen naar de onderverdeling van je werk. Was je je vroeger al bewust van die indeling of heb je die pas achteraf gemaakt en er dan pas titels aan gegeven? Ik denk bijvoorbeeld aan 'Tensive spaces', of 'Free architectonics'.
GB: Die indeling is er stelselmatig gekomen. Die periodes zijn er altijd geweest. Vanaf het ogenblik dat er zich een bepaalde vernieuwing of verandering van richting in mijn werk voordoet sluit ik graag een reeks af om een nieuwe te beginnen. Als ik voel dat ik in herhaling ga vallen zet ik liever een volgende stap. En niettegenstaande dat, is er toch altijd een rode draad in mijn werk gebleven. Iets herkenbaars. Als je alle werken chronologisch naast elkaar zet, zie je toch altijd wel dat het Guy Baekelmans is.


HVC: Qua materialen heb je eerst gewerkt met tempera op doek, daarna met acrylverf en dan met acryl-casseïne. Bij 'Free architectonics' kwamen er zeefdrukken bij. Vanaf de jaren 80, begon je sculpturen allerhande te maken. En nog een tijd later is [hout] een rol beginnen spelen.
GB: Ja, ik heb veel sculpturen in hout gemaakt, in watervaste multiplex, omdat die buiten kunnen staan. Maar eigenlijk zijn het altijd grote maquettes op schaal 1:1 geweest. Dit met het idee toch met een tijdsvaster materiaal te gaan werken en zo bijvoorbeeld een witte sculptuur omzetten in marmer. Die mogelijkheid leeft nog steeds in mijn gedachten.
Vele houten sculpturen maakte ik zelf, de metalen sculpturen heb ik uitbesteed. Ik maakte altijd eerst een zeer uitgewerkte maquette. De werken in polyester heb ik zelf gemaakt. Ik heb ook in groot, dik samengekleefd karton gewerkt, zoals in ‘86-‘87 in het Paleis voor Schone Kunsten voor de tentoonstelling 'Tussen Vlak en Ruimte. In de vroege jaren 70 werden er plexi zuilen gemaakt. Dat toont inderdaad een grote variëteit aan materialen en onderwerpen.

HVC: Het is grappig: ik ben van West-Vlaanderen en spreek de ‘g’ als ‘h’ uit. Toen ik daarnet sprak over goud, hoorde je me ‘hout’ zeggen. Ik bedoelde dus 'goud', enfin, goudkleur eigenlijk, wat ook op een zeker moment in je werken een belangrijke plaats begon in te nemen. Heeft dat een bepaalde betekenis?
GB: Dat is in feite een sublimering. Het overdadig gebruik van een Japans acrylaat goud als hoofdkleur drong zich op een bepaald moment op en steekt van tijd tot tijd de kop op en dat zal wel zo blijven vermoed ik.

HVC: Je beoefent al 26 jaar het boeddhisme. Wil je dat wij als kijker die innerlijke rust voelen? Want het is van jouw kant een beetje introspectief.
GB: Tegelijk introspectief en extravert. Reeds op jonge leeftijd groeide mijn interesse voor oosterse filosofieën, die mij veel hebben bijgebracht. Ik heb echt heel veel gezocht op dat gebied.: Tantrisme, Confucianisme, Tao enz. Ik was op zen gefocust in de periode van mijn grote zwart witte werken uit de reeks 'Constructed interactions'. Daarna ben ik mij tot het extraverte boeddhisme van Nichiren gaan richten, dat ik nu inderdaad 26 jaar beoefen. Daar put ik natuurlijk veel wijsheid uit en ook onderwerpen om uit te werken. Die boeddhistische gegevens zitten toch altijd wel in het achterhoofd. Zoals bijvoorbeeld bij 'Beyond knowledge', daar zie je een soort schelpen in dik karton die 'Open, embrace and protect' heten: het is de bedoeling om openheid naar alles te tonen en het is ook een vorm die omarmt, die bescherming biedt.
Ik meen echt - en dat schrijf ik ook in het voorwoord van mijn nieuw boek - dat dit een grote diepgang heeft, en iets uitdraagt waarvan ik hoop dat het bij de toeschouwer terechtkomt. Het is zo dat die toeschouwer er zoals bij een muziekstuk bepaalde dingen uithaalt, bepaalde golven capteert, maar er toch vanuit de partituur zijn eigen interpretatie aan toevoegt.


HVC: Was dat ook al zo bij die architectonische werken uit de jaren 70?
GB: Nee, daar waren het meer bevrijdingen, het los komen van de spanningen uit 'Figures and forms', en 'Tensive Spaces' met de ingesloten ruimtes.

HVC: Ook je kleuren werden soberder...
GB: Het is in die zen periode met de 'Constructed interactions', begin jaren 80, dat er een vereenvoudiging kwam qua kleur en vorm, dat het meditatiever geworden is. Mensen hebben in die periode zeefdrukken als meditatieobject gekocht, wat niet de bedoeling was maar wat ik wel fijn vond.


HVC: In veel van je werk zie ik telkens een fijn lijntje terugkeren. Heeft dat een bepaalde betekenis?
GB: Ja. De betekenis is duidelijker geworden in de sculpturen 'Matter and more' die daaruit zijn voortgevloeid: mijn witte sculpturen met neonlicht ingewerkt. De bedoeling daarvan is dat de dingen niet eindigen bij de tastbare vorm, maar dat alles verder bestaat buiten de materie, zoals wij een astraal lichaam hebben. Die lijn neonlicht, die lichtstraal die daarin verwerkt is, is inderdaad ook een verlenging van de materie. De titels van die sculpturen duiden op een communicatie in dat energieveld. Zoals 'To the unknown', 'Message to Pluto' en 'Dialogue with Venus'. Dus ja, ik was nogal geboeid door het intergalactische. Nog altijd ben ik geboeid door het universele en het ruimtelijke.
Alles is door universele energie verbonden waardoor veel communicatie mogelijk wordt.  Soms heb je toch wel een heel goed contact zonder uitleg. Voor de tentoonstelling 'Tussen Vlak en Ruimte', had ik werken gemaakt die ik op papier nog geen titel had gegeven. Er was een groot werk van drie meter hoog: tegen de muur, een zwart metalen rechthoek met daarvoor, op de grond een witte cirkel waar, vanuit de diameter een schuine witte driehoek naar het hoogste punt van een blauwe lijn wees in het midden van de rechthoek. Ik had het 'Meditatie' genoemd. Ik kwam op een bepaald moment op de tentoonstelling en er zat iemand in lotushouding voor te mediteren. Dan is het wel prettig om die respons te krijgen en denk je "Kijk, die heeft toch wel iets aangevoeld waarop hij in harmonie reageerde.".

HVC: Ik las ergens dat jouw werk nauw aansluit bij de architectuur. Ook dat je graag dingen in de openbare ruimte zou willen doen. Je concepten en maquettes zijn altijd perfect afgewerkt, dat is wel een constante.
GB: Perfectie zit in mijn genen denk ik. Ik heb ontzettend veel geduld om tot het gewenste resultaat te komen en ik ben ook geboeid door architectuur, door het ruimtelijke. Ik heb heel wat maquettes gemaakt. Ook voor mijn monumentale sculpturen die ik dan op die manier fotografeer dat ze een goed beeld geven in verhouding met de menselijke figuur.


HVC: We zijn nu in je atelier. Ik zie hier onder andere sculpturen, assemblages en objecten met spiegels in verwerkt.
GB: Die behoren tot de reeks 'Dragon wagons and wheels of wisdom'. In de spiegel die ik in dit object gebruik, lijkt de lijn door te lopen, die eigenlijk de weerkaatsing is van een andere lijn op de voorkant. Het is een spel met de ruimte. En de spiegels zijn ook - boeddhistisch gezien - bedoeld als de eenheid van het voorwerp of van de mens met de omgeving. Er is dus geen verschil tussen mens en omgeving. Je kunt zelf niet veranderen zonder dat je omgeving verandert. Je omgeving is in feite de spiegel van jouw verandering. Als je dingen wilt veranderen, begin je met jezelf.


HVC: Loopt voor jou schilderen en sculpturen maken dooreen?
GB: Ja, dat is altijd zo is geweest. Ik denk dat ik in alle veertien reeksen waarin het boek ingedeeld is tegelijk vlak en ruimtelijk werk heb gemaakt, of ten minste ontwerpen heb getekend.

HVC: Zou je nu nog werk kunnen maken zoals vroeger, zoals die constructivistische werken? Of zie je daar in feite de zin niet meer van in?
GB: Ik zou dat wel kunnen, uiteraard. Ik heb trouwens nog massa's ontwerpen die ik niet heb uitgevoerd. Potentieel is dat mogelijk, maar ik zit continu met zoveel creatieve ideeën, dat ik maar een deel kan uitvoeren van wat ik eigenlijk in mijn hoofd heb en ik kijk zelden bewust achteruit.

HVC: Maak je op voorhand tekeningen en aquarellen? Je zei ergens: "Uiteindelijk is het ontwerp het belangrijkst." Want het is iemand anders die soms de sculpturen maakt?
GB: Nee, ik bedoel daarmee dat het idee primeert en de uitwerking ervan en dan is de afwerking soms minder boeiend omdat ik meestal reeds aan het volgende denk. Ik werk meestal met voorontwerpen, maar onderweg veranderen ze dikwijls. Ik blijf niet heel consequent mijn voorontwerp volgen – in sommige reeksen althans.

HVC: Toen jij begon, was het toen de tijdsgeest om vooral dat te maken wat jij gemaakt hebt, of ben je eigenlijk altijd je eigen weg gegaan?
GB: Ik ben altijd mijn eigen weg gegaan. Het ene is uit het andere voortgevloeid. Ik heb mezelf nooit opgelegd om die of die strekking te volgen. Ik was op een bepaald moment een constructivist omdat ik met werk bezig was dat daarbij aanleunde, zonder daar eigenlijk echt naar te zoeken. Mijn werken zijn in die periode opgenomen geweest in vrij grote tentoonstellingen onder de noemer 'constructivisme'.

HVC: Ben je vroeger naar de academie gegaan trouwens?
GB: Ik heb eerst een opleiding Plastische Kunsten gevolgd in Antwerpen. Daarna volgde ik een pedagogische opleiding tot tekenleraar in Gent. Later ben ik naar de academie gegaan om meer naar levend model gaan tekenen.

HVC: Brak jij onmiddellijk door toen je begon?
GB: Ja, ik heb eigenlijk onmiddellijk goede reacties gekregen. Met het eerste werk waarmee ik naar buiten wou komen, werd ik geselecteerd, in 'La Jeune Peinture Belge'. Onmiddellijk daarna kreeg ik een vermelding bij de 'Prijs van Knokke' en drie keer een bronzen medaille van de 'Prijs van Oostende'. In Knokke heeft Gustave Nellens van het Casino mij opgezocht en een goed contract getekend. Zo heb ik de eerste twintig jaar toch wel een honderdtal tentoonstellingen gehad in binnen- en buitenland. Daarna is het wat stilgevallen, omdat ik mezelf ook bewust teruggetrokken heb. Ik voelde aan dat er andere dingen op komst waren. Ik heb mezelf niet opgelegd om bij het constructivisme te blijven, maar wel vrij te geven wat ik van binnenuit ging voelen. Ik ging dus meer vanuit de buik schilderen, in plaats van dat cerebrale van het constructivisme. Grote werken zoals dit bijvoorbeeld, een werk van  2.40 m op  4.20 m heb ik eind jaren 80 gemaakt.


HVC: Dat werk lijkt losser geschilderd.
GB: Maar je ziet bijvoorbeeld deze elementen, die zwarte streepjes: die hebben hun oorsprong in voorgaande decennia. Het is een evolutie in verschillende stappen, door de reeksen heen. Er is altijd een logische evolutie geweest, een logische volgorde, ook in de vormgeving. Die lijnen, die kleine dingen, zijn dan uiteindelijk schrifturen geworden, zoals een automatisch schrift. Wat dan misschien een beetje doet denken aan werk van Dotremont.

HVC: We zien hier voor ons werken hangen met letterlijk veertig jaar verschil. Zie je het ene liever dan het andere? Ben je meer gehecht aan je oudere werken? Of is het zo'n beetje zoals ze zeggen in de boekenwereld: je laatste boek is je beste boek en de rest bestaat niet? Of kan je dat niet zo zeggen in de beeldende kunst?
GB: Er zijn werken die mij nauwer aan het hart liggen dan andere, maar ik zet mezelf niet meer af tegen bepaalde periodes, zoals ik dat toch een tijd wel gedaan heb. Integendeel, door het boek te maken ben ik de varianten een rijkdom gaan vinden. Doorgaans hou ik van veranderende en uiteenlopende evoluties zoals ook bij Tony Cragg bvb. Stagnatie is contraproductief.

HVC: Je bent vijf jaar geleden verhuisd uit je atelier in Antwerpen. Een atelier houdt alles vast, bij wijze van spreken. Was het niet confronterend om alles weg te halen uit de plaats waar je alles ontworpen hebt en naar je nieuwe atelier in Lede te brengen? Of vond je het net verfrissend om alles leeg te halen, alles opnieuw te stapelen?
GB: Niet noodzakelijk. Ik had gerust kunnen voortwerken waar ik was, maar we gingen graag wat frisse lucht opsnuiven. De verhuis is wel een enorme rompslomp geweest. Het is niet niks om zoveel werken in te pakken, naar een voorlopig depot te brengen om daarna definitief over te brengen. 




HVC: Zulke kunstwerken maak je niet in een-twee-drie. Heb je in je leven altijd een vast ritme gehad om naar je atelier te gaan?Heb je daglicht nodig? Of lonkt de nacht soms ook?
GB: Dat mag ook 's avonds zijn, maar het is fijn om met daglicht te werken. In Antwerpen had ik een enorme ruimte met koepels waar het licht fantastisch was. Hier is het iets minder, en ik kan ook met goed kunstlicht werken. Ik heb nooit vaste uren gehad. Ja, goh, je hebt natuurlijk verplichtingen. In het begin had ik mijn leraarsambt dat mij nog vrije tijd gaf om creatief te zijn. En daarna - eens met pensioen - besteedde ik mijn tijd zoals ik wou. Ik heb ook wel veel gestudeerd, en tijd aan het boeddhisme gegeven. Maar dat is nooit een probleem geweest. De creativiteit was praktisch altijd aanwezig.

HVC: Ook als je op reis gaat? Zou je een schetsboek meenemen?
GB: Nee, dan trad de fotografie weer op de voorgrond. Op reis gaan was ontspanning, en natuurlijk af en toe een museum bezoeken. De reizen naar Japan, die waren natuurlijk vrij belangrijk en vrij regelmatig. De Japanse cultuur trok me erg aan en ik wou er erg graag een tentoonstelling hebben. Ik ben prompt naar ginder getrokken met een map met zeefdrukken en ontwerpen. In die periode was het gemakkelijk om vergrotingen te maken van mijn werk. Ik kon die ontwerpen ginds uitvoeren.

HVC: In Japan heb je die computergraphics en die videofilm gemaakt.
GB: Ik heb de gelegenheid gehad om in Tokio computergraphics te maken. En dat was in 1982, geweldig! Ik heb het geluk gehad bij de eersten te zijn om dit nieuwe medium te gebruiken. Ik ben ook een van de eersten geweest om projecten te maken met zonnepanelen in datzelfde jaar, voor die lichtsculpturen. Maar in feite was dat onbegonnen werk. Ik heb het allemaal laten berekenen door firma's. En in die tijd, moest er onder de sculptuur een grote kelder gemaakt worden vol met batterijen om de energie van die zonnepanelen op te vangen en dan toch slechts elke halve minuut twee of drie seconden licht te produceren. Die onderbroken lichtstraal zou dan nog een pluspunt geweest zijn omdat er die beweging in zat die aansloot bij de titel: 'Dialogue with Venus'. Een dialoog met de ruimte.
De videofilm over mijn werk werd gemaakt in opdracht van het ministerie naar aanleiding van mijn studiereizen naar Japan. De opnamen gebeurden in mijn atelier op Sint-Jacobsmarkt in Antwerpen.


HVC: En wat is er te zien op die videofilm? Want ik heb die niet direct gevonden op jouw website.
GB: Die videofilm toont die witte sculpturen met licht in: een spel van licht, lijnen en vormen in overeenstemming met foto's die ik in Japan nam. Er was ook een mooie wisselwerking van Japanse, Westerse en Afrikaanse muziek. Het is een videofilm van 22 minuten, gemaakt door Mark Ghens en cameraman Toon Illegems.

HVC: Wat denk je dat kunst je na al die jaren het meest heeft geleerd?

GB: Wat kunst mij geleerd heeft, dat kan ik moeilijk zeggen. Het leven heeft mij veel geleerd, en kunst is daar natuurlijk maar een onderdeel van. Het boeddhisme heeft mij eigenlijk het meest geleerd, en ik heb het boeddhisme met kunst kunnen verweven, en in die zin gebruiken.

HVC: Bezoek je ook frequent expo's? Consumeer je kunst van anderen?
GB: Niet extra veel. Ik vind het fijn om af en toe eens een goede tentoonstelling mee te nemen, maar ik ben niet iemand die constant alle galeries platloopt en overal aanwezig is.

HVC: Je maakt nu nog kunst, maar je hebt dus niet zoiets van: ik ben verplicht hedendaagse kunst te maken? Je wil meer dat het universele kunst is, of dat het tijdloze kunst is bij wijze van spreken?
GB: Ja, dat is mijn betrachting, universele kunst maken, maar die is ook hedendaags, tijdloos hoop ik. Ik voel mij zeker tot niets verplicht. Het belangrijkste is jezelf te blijven.

HVC: Draai je mee in de kunst? Heb je veel vrienden in de kunst?
GB: Ik heb niet echt zoveel vrienden in de kunst. Soms, als je kunstboeken ziet van het begin en het midden van de vorige eeuw, dan zie je veel foto's van kunstenaars die samenkomen in salons, maar dat heb je nu eigenlijk toch veel minder. Je hebt natuurlijk wel clanvorming, maar dat is meer pejoratief in die zin dat je tot een bepaalde groep moet horen om ergens te kunnen tentoonstellen. Maar ik ben altijd mijn eigen weg gegaan, ben altijd onafhankelijk gebleven. Ik heb nooit voor een galerie betaald en altijd op uitnodiging kunnen tentoonstellen, en dat vind ik een teken van appreciatie.

HVC: Het is niet dat je meer verwacht had van je kunstenaarscarrière? Ben je tevreden over de weg? Of had het altijd meer mogen zijn?
GB: Uiteindelijk ben ik blij met de weg die ik bewandeld heb. Het was geen gemakkelijke weg, maar ik denk dat weinig kunstenaars een gemakkelijk parcours lopen. Ik ben bewust een tijdlang beperkt aanwezig geweest en heb nu ook bewust terug de art scene betreden met enkele waardevolle tentoonstellingen en met een volumineus boek, een lijvig visitekaartje. De teksten zijn heel mooi van Ernest Van Buynder, Frans Boenders en Simon Delobel.

HVC: Dus voor mij zit een tevreden mens.
Je was medeoprichter van het ‘Internationaal Studiecentrum voor Constructieve Kunst’. Hoe is dat ontstaan?
GB: Dat was in 1972. In die periode kwamen we soms bijeen als constructivisten voor gezamenlijke tentoonstellingen nationaal en internationaal. Dat gebeurde in de Vecu in Antwerpen. Guy Vandenbranden woonde daarboven. Op een bepaald moment is het idee geopperd door P.R. De Poortere, en we hebben dat in gang gezet met een beperkte groep, die uitgegroeid is tot 19 constructivisten voor de tweede map die we in 1973/74 uitgaven.

HVC: In '84 werd je ridder in de Orde van Leopold II. Wat is dat?
GB: Dat was na mijn studiereizen en tentoonstellingen in Japan. Men heeft mij toen vanuit de Belgische Staat de Orde van Leopold II toegekend, vanuit de Ministeries van Cultuur en Buitenlandse Zaken. Leopold II is niet echt mijn lievelingsfiguur. Maar ja, laten we zijn goede kant belichten en zijn bijdrage aan de urbanisatie in België.

HVC: "We zoeken in de kunst wat we missen in het leven." Ga je daarmee akkoord of niet? Maar misschien kun je alles in het boeddhisme vinden?
GB: Voor mij staat er niets los van elkaar. Boeddhisme is het leven zelf, kunst is een van de manifestaties van het leven. Het is een aanvulling, geen surrogaat.
Het is een universele principe dat niets op zichzelf bestaat, maar dat alles samenhangt. Het is de levensfilosofie van oorzakelijkheid die terug te vinden is zowel in het boeddhisme als in de ayurveda waaruit yoga ontstaan is, het stokpaardje van mijn vrouw, Barbara die ook het boeddhisme beoefent sinds we elkaar terug ontmoet hebben, 12 jaar geleden.
Het boeddhisme is voor mij essentieel geweest in mijn studie als mens, om echt tot het bewustzijn te komen van die eenheid. En van het feit dat wij zelf het universum zijn en daardoor ook die kracht van het universum kunnen gebruiken. Dat is voor mij heel duidelijk. Het is eigenlijk heel interessant dat alles steunt op oorzaak en gevolg in plaats van op schuld en beloning, zoals wij dat meegekregen hebben. Enfin, de meeste onder ons toch.

HVC: Hoe heb je de Belgische kunstscène zien evolueren van de jaren 70 tot nu? Vind je dat er een hemelsbreed verschil is? Dat het allemaal veel makkelijker leek vroeger? Of dat het nu eigenlijk een beetje te veel is? Alle kunstenaars zijn nu kleine zelfstandigen.
GB: Ik betwijfel het dat alle kunstenaars nu kleine zelfstandigen zijn met het huidige nog steeds onduidelijke kunstenaarsstatuut. Volgens mij is het nooit gemakkelijk geweest. Ik vind wel dat er nu te veel pseudo kunst ontstaat door te choqueren, blufpoker, ego in al zijn trashy banaliteit. Ik begrijp de keuze van sommige musea en galerijen niet meer. Voor mij primeert een ambachtelijke, kunstzinnige opleiding nog altijd, aangevuld met de nodige creativiteit natuurlijk. Dat belet niet dat je daarna een eigenheid kunt ontwikkelen zoals bvb Lucio Fontana met zijn Concetto spaziale om maar die te noemen.
Het is zoals met kennis. Kennis is geen doel op zich. Kennis is maar een middel om tot wijsheid te komen.
Om je vrijheid te behouden moet je soms dingen kunnen prijs geven. Ik heb bewust dertig jaar lesgegeven om geen concessies te moeten doen in mijn kunst.

HVC: Hoe zou je later graag als kunstenaar in de boeken herinnerd willen worden? Wat zou je een mooie beschrijving vinden van je oeuvre? Wat lijkt jou een mooie bewoording voor je vijftig jaar kunstenaarschap?
GB: Voor op mijn graftombe? (lacht)

HVC: Ik heb dat zo niet bedoeld. (lacht)
GB: In de eerste plaats als mens. Ik heb altijd gezegd - en dat komt ook ter sprake in het boek, in het interview dat Frans Boenders van mij afnam - dat ik niet bekend wou worden om geëerd te worden, maar dat ik bekendheid wou verwerven omdat de mensen zouden lezen of horen wat ik te zeggen heb. Het is altijd wel fijn dat er naar je geluisterd wordt. Geluisterd, in die zin dat je gehoord wordt. Niet in de zin van: je moet dat of dat doen. Maar dat je met plezier gehoord wordt, om toch bepaalde kennis door te geven misschien, wijsheid vooral. Om je mening te kunnen geven over de maatschappij, over alles. Ik vind dat een mens een mening moet hebben. En dat die ook onderbouwd moet zijn.

HVC: Als je alles optelt, heb je waarschijnlijk al duizenden uren in je atelier gezeten. En het gaat toch altijd ten koste van ‘andere’ tijd, zoals ‘sociale’ tijd. Je moet altijd die ateliertijd zien vrij te krijgen.
GB: Het is niet zozeer een offer, maar het is toch dikwijls moeilijk geweest dat kunstenaarsleven. Ik vond soms dat ik veroordeeld was tot het kunstenaarschap en dan wou ik er mee kappen, maar je kan dat niet omdat je vanuit je binnenste, “uit innerlijke noodzaak”, zoals Kandinsky zegt, die drang voelt om telkens weer die uitdaging aan te gaan. Wat je tijd betreft moet je keuzes maken. Het leven is een opeenvolging van keuzes.
Ik ben zeer leergierig, dus maak ik daar ook tijd voor. Ik ben nu boeken aan het lezen van Deepak Chopra, en zijn quantum visie op de functies van, en de communicatie tussen lichaam en geest. En dat het kleinste ontdekte deeltje niet meer iets vast is, maar in constante beweging. Dus wij zijn tijdelijke samenstellingen van beweeglijke elementjes. Alles is energie.

HVC: Was je eerder twintig jaar of eerder veertig jaar toen je zei: "Ik ben kunstenaar!"?
GB: Vroeger had ik het moeilijk om mij 'kunstenaar' te noemen omdat ik het elitair vond. Nu kan ik dat ik wél zeggen omdat ik me al zoveel jaren bewezen heb.


HVC: Vroeger moesten de mensen je leren kennen via boeken, of tijdschriften of artikels. Nu kan iemand via een link plots op jouw website terechtkomen.
GB: Internet is fantastisch, hé. Mijn boek stopt ook op een bepaald moment. De geïnteresseerden kunnen dan, als ze mij willen volgen, naar mijn website gaan kijken. Ja, dat is ongelofelijk. Als ik bedenk hoe we vroeger - je hebt die tijd niet meer gekend - met typemachines werkten, fouten verbeterden met Typp-Ex en kopietjes maakten met carbonpapier. Nu kan je op een computer zomaar woorden en zinnen verplaatsen. Je kan daar enorm creatief mee omspringen. Dus het is echt wel een evolutie die ik meegemaakt heb. (lacht)

Hilde Van Canneyt, copyright 2014

Guy Baekelmans stelt tentoon:
Felixart museum
Kuikenstraat 6
1620 Drogenbos
t.e.m. 21 dec 2014.
www.felixart.org
www.guybaekelmans.com

titels werken: 
Figures and forms
Cyclic and elliptic swings
Free architecturals
Beyond knowledge : Open Embrace Protect
Constructed interactions (as fractions in cosmic relationship)
Earth mind heaven
Wheels of wisdom: Cubic 1
Beyond imagination: Heavenly deities and spirits watching  over Mount Sumeru
Computergraphics at ARC Yamagiwa, Tokio 1982

statcounter