Interview met Guido De Bruyn, Laura van en Sjoerd Paridaen



Interview met Laura van (1957), Guido De Bruyn (1955), en Sjoerd Paridaen (1951) oprichters van het hedendaags kunstencentrum CROXHAPOX .

Gent, maart 2014



Hilde Van Canneyt: Willen jullie zich eens voorstellen?

Laura van: Guido en ik hebben elkaar leren kennen via een meisje waar hij een relatie mee had. Zij zat in Torhout in dezelfde jeugdclub waarin ik actief was. Ik studeerde toen Vrije Grafiek aan Sint-Lucas Gent, schreef, deed theater. Eind jaren zeventig begon ik te schilderen. Ik was vooral gefascineerd door het werk van Cézanne, El Greco, Corot, later Soutine, Corinth. En intussen bestaat CROXHAPOX 25 jaar.

Sjoerd Paridaen: Ik kom uit Nederland, heb in Gent gestudeerd en ben er blijven hangen. Ik heb 15 jaar kunst gepresenteerd en ben dan les beginnen geven op de academie. Momenteel geef ik er autonome vormgeving. Ik ben een paar keer voorzitter van CROXHAPOX geweest in tijden dat het hier problematisch was. Nu ben ik meer als gesprekspartner betrokken. Ik denk ook dat het nodig is dat Laura iemand heeft die ze kan bellen en waarop ze kan rekenen.

Guido De Bruyn: Ik heb aan het Ritcs in Brussel gestudeerd en ben onmiddellijk beginnen werken voor de VRT, toen nog BRT. Eerst deed ik tien jaar als losse medewerker de sonorisatie: ik was de persoon die van allerlei documentaires en reportages de klankband en de muziek verzorgde. Ik werkte nogal veel in het ‘kunstendepartement’, waar men mij ook voor reportages begon te vragen. Zo ben ik er ingerold en tot op de dag van vandaag ben ik regisseur van tal van reportages, vooral documentaires. Ik ben lange tijd uit het bestuur van CROXHAPOX geweest, maar heb me nu opnieuw kandidaat gesteld om mee te helpen.

Hilde: Guido, wanneer heb jij Laura (toen nog Hans Van Heirseele) ontmoet?

Guido: Ik vermoed in ’77. Op een memorabele avond gaf Laura een lezing over Bach. Hij deed dat heel flamboyant en met veel verve. Ik zat onder de toehoorders en op een bepaald moment onderbrak ik hem, omdat hij iets beweerde over Bach dat niet klopte. Ik was in die tijd met een vriend al jaren ‘Die Kunst der Füge’ van Bach aan het analyseren en bespreken, dat was ons lijfwerk. Maar zo zijn Laura en ik in contact geraakt en zijn we beginnen corresponderen. We hadden nogal veel gemeenschappelijke interesses. In die tijd zat hij met Dirk Tanghe in Torhout ook in de theaterwereld...

Laura: ... we schaakten ook allebei, schilderkunst, literatuur en muziek waren gemeenschappelijke interessepunten... We hadden bij veel dingen eenzelfde feel.

Guido: Op 16 maart 1990 moest ik in opdracht van de BRT in Gent zijn voor een reportage over een stuk van toevallig Dirk Tanghe dat toen in première ging. Voor ik ernaartoe ging, passeerde ik aan het Beverhoutpleintje, waar ik bij Laura binnensprong.

Laura: (onderbreekt) Dat is nog zo’n verhaal: ik was daar in ’85 gaan wonen, omdat ik mijn studies, die ik had onderbroken, wilde afmaken. Michaël Borremans was een medestudent en had aan het Beverhoutplein een kot. Hij zei me: “Het meisje dat het tweede huurt vertrekt, als je er vlug bij bent, is het van jou.” Later is op het eerste, waar Michaël z’n kot had gehad, croxhapox ontstaan.

Hilde: Daar is jullie ‘kunstruimte’ ontstaan?

Laura: In 1989 hadden Guido en ik in Essene bij hem thuis in de tuin een gesprek over het oprichten van een tijdschrift. Dat was van meet af aan een contramine, Guido zag het in het geheel niet zitten. In de correspondentie dook net op dat moment, aan het eind van zomer 1989, de naam Croxhapox op. We schreven elkaar sinds eind jaren zeventig. Het strandde in een contramine tussen wat je de romantische en een meer pragmatische kijk op kunst zou kunnen noemen.

Guido: Het lag in de aard der dingen. Omdat ik veel met reportages over (hedendaagse) kunst bezig was – onder andere voor Kunstzaken – was ik ook thuis in de plastische kunsten. Eigenlijk is het hele idee van de galerie ontstaan omdat de tweede verdieping bij Laura vrij stond en we het idee kregen daar een pastiche te maken op het galeriewezen van toentertijd met dingen die we daar vonden in de gang. Ik herinner me nog dat we dertien fietswielen aan een draad ophingen en dat een pseudo-intellectuele titel gaven. Puur als spielerei. Eens die ruimte door ons gebruikt werd, is alles vrij snel gegroeid. We begonnen te doen alsof het een échte galerie was, er begon volk te komen…

Laura: Je kan het zien als twee vrienden die sowieso al hevig met die materie bezig waren, al bekeken we het niet op dezelfde manier. Bij het oprichten van het vzw, enkele maanden later, was nog iemand betrokken, Frank, met wie ik biljartte en gesprekken over actuele kunst had. Hij had een antiquariaat op het gelijkvloers van Beverhout 7, was vooral gefocust op Panamarenko, Fabre, Tony Cragg, Anish Kapoor… Ikzelf had dat angry young man feel, waardoor er een soort leemte, braakgrond was. Het is dus niet zomaar uit het niks ontstaan. Die avond, toen Guido binnensprong, 15 maart 1990,  hadden we in elk geval niet de bedoeling om een kunstruimte te beginnen. Guido kwam een kijkje nemen, wat hij vaker deed, de eerste verdieping was leeg komen te staan, toevallig twee dagen eerder had ik de stapels papierafval als WTC towers midden die lege ruimte gezet en op het pleintje aan Sint-Jacobs had ik naakte velgen gevonden. Zo begon het. Er was niet het idee om een galerie te beginnen. We speelden, het had een linke en ondeugende gedrevenheid alsof we een spelletje schaak speelden dat we voor de verandering geen van beiden hoefden te winnen. Guido is laat ‘s nachts naar huis gereden. We hadden na middernacht een zwaar debat gehad, zowel over de naam croxhapox als over de mogelijkheid om het niet bij die ene avond te houden. Ik herinner me kraakhelder dat Guido zei: “Dit doen en hiermee doorgaan is open deuren intrappen.”

  
Hilde: Hoe ontstond die naam CROXHAPOX?

Laura: Vanuit onze literaire interesses. De oorsprong is moeilijk te achterhalen. We zouden het een neologisme kunnen noemen, maar zelfs dat is niet zo betekenisvol. Maak er een onomatopee van, een klanknabootsing.

Sjoerd: Het zou met croque monsieurs te maken kunnen hebben, want je at er massa’s van…

Laura: (lacht) Het is de naam van een robotje in een brief aan Guido. In die brief, waar Guido op antwoordde dat het het epistel van een Schönberg met hoofdpijn was, voerde ik twee robotjes op. Uyitut, de slimme robot, was in de brief het alter ego van de betweter - mijn correspondent. Croxhapox was dan weer mijn alter ego, een dom robotje met verroeste oogjes, dat er maar op los kwetterde.

Guido : Ik lees even voor uit mijn dagboek van die dag: “Fietswielen (13 aan het plafond), een koeiekop en een boortje. Talloze lege tubes verf, geperst tussen twee stenen (een kitschhamburger). Een kruisboog van 3 meter, een eitje op een balk (een persiflage op Guillaume Bijl), 3 kaarsen in een oven – die aanstond - met een microfoon ervoor. Plezier. Na de filmopname reed ik nog even voorbij het Beverhoutplein, er brandde nog licht. Hans was nog volop bezig. Tot 2.15 uur ’s nachts nog retouches aangebracht." Omdat de ruimte nadien toch leegstond, beslisten we jonge mensen de kans te geven er hun werk te laten zien. Zo is het wat begonnen.

Laura: De eerste tentoonstellingen duurden amper twee weken. We hadden heel even het idee 24 uur op 24 open te houden, maar dat was natuurlijk niet werkbaar. Er zijn zeven mensen komen kijken naar de eerste expo, Art Machine, waaronder een meisje met wie ik later een affaire had en wat mensen die ik kende uit de Mokabon, herinner ik me. Daarna heb ik er de tekeningen en schilderijen gehangen die ik toen maakte. Edwin Carels was bereid zijn assemblages te tonen: heel mooie kleine werkjes. Hij zorgde zelf voor een affiche en kreeg het voor mekaar dat een paar honderd mensen naar de expo kwamen kijken. En toen is het niet meer gestopt.

Hilde: Hoe lang zijn jullie op die locatie gebleven? En naar waar zijn jullie daarna uitgeweken?

Laura: De eigenaar had het plan om het pand te verkopen, wat we niet wisten. We zijn er gebleven tot de laatste dag: 15 mei 1991. Anderhalf jaar. Daarna hadden we geen locatie meer, maar we hadden wel drukke bestuursvergaderingen, al gebruikten we die term toen nog niet. We focusten op straatprojecten. Het begon met een kleine reeks fotocopy art projecten, waarmee we de naam croxhapox in het straatbeeld catapulteerden. Ondertussen was Sjoerd ook in beeld gekomen. Sjoerd had begin 1991 een van de expo’s gehad. Hij sloot mee aan tijdens de vergaderingen over een megalomaan project, waarbij we overal in de Gentse binnenstad enorme beeldhouwwerken wilden aanbrengen: ‘Signos de admiracion’.

Sjoerd: Vanaf het instalraamproject ben ik aan de structuur beginnen meewerken, vooral gaan rondrijden om de etalages op te meten. Ik had toen op de academie net de richting 3D opgericht, maar ik vond het belangrijk om voeling te houden met het veld. En ik zag wel mogelijkheden in CROXHAPOX.

Laura: Na de periode aan het Beverhoutplein is CROXHAPOX langzaam volwassen geworden. We oriënteerden ons op hoe we impact konden hebben op de Gentse scene begin jaren 90, die op dat moment braak lag. Er waren een paar commerciële ruimtes, waarvan naar mijn aanvoelen de interessantste het Gewad was, die door Joost Declercq – nu directeur van Museum Dhondt-Dhaenens – gerund werd. Foncke (Richard Foncke Gallery, red.) had ook betekenis. Voor de rest had je alleen maar obscure plekken waar jonge kunstenaars tot artistiek inhoudelijke prostitutie gedwongen werden. Naast die uitersten was er natuurlijk ook nog het imperium van Jan Hoet, in het pre-S.M.A.K. tijdperk. Zo had hij in ‘86 met Chambres d’Amis heel wat op de kaart gezet, maar de plaatselijke scene zelf lag braak. Dat braakliggende gebied werd het territorium van CROXHAPOX. We hadden zonder het te beseffen opnieuw het warm water uitgevonden, een plek gecreëerd waar jonge mensen op afkwamen. Sjoerd had voor de eerste editie van crox 17, het copy art project, een poster gemaakt van een hand die in de duisternis een lamp vasthoudt. Dat beeld was een signaal waar CROXHAPOX voor stond. We hebben het van in het begin als ‘kunstidee’ gepromoot. Er zijn een paar grappige affiches uit 1990 waarbij we een multiple choice boden, met ‘kunstidee te Gent’ als het correcte antwoord. Zoveel jaren later nog altijd een bewijs dat we niet het idee hadden een galerie te beginnen of commerciële reflexen over kunst hadden. Ik denk dat ik daar ook wel het woelwater was. Ik vond niet alleen wat kunstenaars deden belangrijk maar ook waarom ze het deden.



  
Hilde: Waarvan leefde jij in die tijd of hoe financierden jullie alles?

Laura: Geld was er niet. Ik was werkloos, leefde van een uitkering. We financierden alles zelf. De subsidies zijn er pas veel later gekomen. Aan het Beverhout hadden we geen huur te betalen. We kraakten de verdieping op het eerste van huisnummer 7. De grote projecten die volgden, waren tot mislukken gedoemd. Met namen als Anish Kapoor en Suzanne Solana werken was natuurlijk een precair uitgangspunt. Frank stapte er dan ook uit, in ’92, na de zoveelste mislukking.

Guido: Ik kon me niet zo goed vinden in die grote projecten van Frank. Ik vond ze te commercieel. Hij streefde te veel het succes na. In mijn ogen botste dat met de beginfilosofie van CROXHAPOX. Ik vond dat we mensen zonder geld en zonder winstoogmerk een kans moesten geven. Hij wilde meer een ambitieus curatorparcours volgen, terwijl wij een soort parallelcircuit van de professioneel gearriveerden wilden organiseren. Ik vond het dus een verkeerde richting uitgaan. En vermits ik niet in Gent woonde en geen dagelijkse betrokkenheid kon hebben, heb ik me na jaren ook wat moeten terugtrekken.

Laura: Ik leerde op dat moment Kristel De Buck kennen en toen ik bij haar ging inwonen in ‘94 in de Aannemerstraat te Gent, kwam daar het souterrain vrij. We hebben die ruimte expovaardig gemaakt en Kristel heeft die tot 2000 ter beschikking gesteld. Daar hebben we de tot dan interessantste periode meegemaakt. Michaël Borremans heeft daar in ’95 tentoongesteld. Hij had al de Prijs Grafiek Oost-Vlaanderen gewonnen en ervoor alleen nog maar in een meubelshop tentoongesteld. Hij heeft over die periode nog gezegd dat het een avantgardistische undergroundsfeer had die ongezien was in Gent. In die periode hebben we gedaan wat de intentie en feel van CROXHAPOX was, zoals we het in het begin aangevoeld hadden.

Guido: Ik moet nog iets toevoegen aan die jaren. We wilden altijd iets maken rond die openingen, zodat het een soort happening werd. Ik herinner me een polyfone toespraak, waarbij we alle drie dezelfde tekst door elkaar heen opzegden. In de Aannemerstraat is Raymond van het Groenewoud zelfs eventjes langsgeweest.

Laura: Raymond heeft daar solo opgetreden en ik heb toen het mosselpannetje van Broodthaers opgepeuzeld, de mossels door het souterrain spattend, ondertussen een syllabische vertaling van het derde sonnet van Shakespeare debiterend. Er kwam razend veel volk op af, vooral tijdens de openingen. Ik herinner me van een tentoonstelling met Marc Maet dat een flamencogitarist begon te spelen en er tot laat in de nacht tussen de werken van Marc werd gedanst. Het moet helaas een van zijn laatste expo’s zijn geweest. Johan De Wilde en Dirk Zoete hadden er hun eerste projecten. Ook Sjoerd heeft er een interessant project gehad met schilderijen. Sjoerd had veel buitenlandse contacten. In ’96 hadden we met ‘Open deuren’ een spraakmakend buurtproject. We werkten samen met de buurtbewoners, op 94 locaties was kunst te zien. In de pers werd toen verwezen naar Chambres d’Amis, maar daar had het al bij al weinig mee te maken. Het was een niet-gecureerd project. De buurtbewoners en de kunstenaars hadden een enorm aandeel in het tot stand komen van het project.

Guido: Ik herinner me ook nog dat ik een poos lang de openingen filmde, een beetje in de aard van mijn Kunstzaken-verslagjes. Dit om ook een archief te hebben.

Laura: Vanaf ’97 begon de vaderlandse pers – dankzij twee persoonlijkheden – aandacht te hebben voor CROXHAPOX. Edith Doove van De Standaard en Luk Lambrecht van De Morgen zorgden ervoor  dat we bijna permanent in de pers aanwezig waren. Het is een bizarre, bijna cynische contradictie met hoe het er nu aan toegaat: er wordt in geheel niet meer over CROXHAPOX, Netwerk in Aalst of Voorkamer in Lier geschreven. Het is lachwekkend. De CEO’s en hoofdredacteuren stippelen een beleid uit waarbij het alleen nog om bekende koppen gaat. Het is volstrekt ridicuul dat er voor de scene waar het werkelijk gebeurt, de plekken waar Tuymans en Borremans en zoveel anderen vandaan komen, geen enkele aandacht is. Terwijl daar ook nu nog altijd het jonge talent getoond wordt.

Guido: Een figuur als Borremans, die inderdaad bij CROXHAPOX een eerste expo krijgt – ik herinner me nog hele kleine schilderijtjes – en een Hans Martens die dat dan ziet. Borremans krijgt zo in 2000 een expo bij de Vereniging van de Vrienden van het S.M.A.K. Zo loopt dat.

Sjoerd: Luc Tuymans is begonnen in Ruimte Morguen, maar daar is nooit over geschreven. De Witte Raaf is daar wel over bezig, maar dat gaat meer over de fricties.
Laura: De Witte Raaf is hét tijdschrift geworden als het over documenteren van contemporaine dingen gaat.

Hilde: En het tijdschrift H ART?

Laura: H ART heeft een andere functie dan De Witte Raaf. H ART duidt wat er te bekijken valt, De Witte Raaf reflecteert. Eind jaren 90 kwam zo goed als elke crox-activiteit in De Standaard of in De Morgen aan bod. Toen ik in 1999 besloot om weer in Spanje te gaan wonen, namen Ward Denys, Kristel en Sjoerd het roer over. Zij hebben CROXHAPOX gerund tot zomer 2000.
Sjoerd: Edith Doove is toen gestopt met De Standaard en Luk Lambrecht is beginnen werken voor het cultureel centrum in Strombeek-Bever; hij heeft Laura toen uitgenodigd om bij hem iets te doen. Het heette ‘Carte Blanche aan CROXHAPOX’. We hebben toen samen iets gedaan met Jan De Cock uit Brussel, die ook al in CROXHAPOX had geëxposeerd. Ook Dirk Zoete uit Gent en Anton Cotteleer uit Antwerpen waren van de partij.

Hilde: Laura, was jij daar in Spanje ook met kunst bezig?

Laura: Toch wel, de mailart met Sjoerd liep lekker. De vriendenkring bestond uit kunstenaars die ik er eind jaren tachtig ontmoet had. Ik hield me met olieverf en mailart bezig en er was de ambiente van het zuiden. Sjoerd en ik hebben er ook een expo gehad.

Guido: Toen CROXHAPOX nog in de Aannemerstraat zat, herinner ik me de memorabele, vaak problematische bestuursvergaderingen met eindeloze discussies over wie we zouden tentoonstellen. Maar ze eindigden wel prettig. (lacht) Wat toen een schisma was in de commissie: Stu Mead, een Amerikaan die in Berlijn woonde en regelrechte pornografische potloodtekeningen maakte. Michaël en Laura hebben zich dan enorm kwaadgemaakt, omdat zij hem er in wilden. Het is niet gelukt. Maar wat dat democratische betreft: de voorzitter – Laura – had toch altijd het laatste woord.

Laura: Ik was pissed off en knorrig daarover. Maar wat je zegt, is niet helemaal correct. Het team is er gekomen nadat er kritiek van jullie was op enkele zwakkere projecten. Op een bepaald moment was er de nood om te reflecteren over de projecten die maand in maand uit getoond werden. Het team was er om de kwaliteit van de programmatie op te krikken. Er werd afgesproken dat over alle projecten die ingediend werden gestemd zou worden. Ik herinner me dat de kunstenaars waar iedereen het over eens was aangeschreven konden worden. Waar geen unamiteit over was, lieten we met rust.

Sjoerd: Ik herinner me ook dat alles wat we in de vergadering hadden gezegd eigenlijk spraak voor de vaak was. Toen ik dat uitsprak, ging jij naar boven en kwam je terug met een stapel papier. Je had wel degelijk verslagen van alle vergaderingen gemaakt, maar wij wisten dat niet.

Laura: Ik denk zelfs dat erin stond welke wijn we dronken en of er pesto op tafel kwam.

Sjoerd: Ik denk dat dat ook het begin van je blog moet zijn geweest.

Guido: Als er nu gesubsidieerd wordt, dan is dat vooral door hoe in de jaren 90 het DNA van CROXHAPOX is bepaald. Jullie gaven en geven nu nog talloze jonge kunstenaars een platform. Jaar na jaar. Maand na maand. Wie doet jullie dat na?

Hilde: Laura, het is ongelooflijk wat jij maand na maand moet opvolgen van kunstenaars.

Guido: Ik ben het heel vaak oneens met Laura, maar je moet zeggen dat het haar levenswerk is. Ze is er dag na dag mee bezig.

Laura: Het is ook een van de dingen die het schilderwerk bemoeilijkt. In 2008-2009 hadden we een onwaarschijnlijk verloop waarop ik gekapitteld ben. We hadden wel 80 tot 90 projecten op jaarbasis. Terwijl je moet rekenen dat er maar 52 weken op een jaar zijn. Nochtans lag de kwaliteit in die periode heel hoog, alleen was het verhaal van een burn-out niet alleen denkbeeldig. Ik moest alles opvolgen, zowel de artistieke, zakelijke als inhoudelijke kwaliteit in het oog houden, de omkadering begon aan kwaliteit in te boeten. Ik stond er op dat moment grotendeels alleen voor.

Hilde: Hoe komt dat? Er zijn hier toch al veel bestuurswissels geweest?

Laura: Zodra er budget is en er opeens geld omgaat, gebeuren er woelige dingen.

Sjoerd: Als er niks is, kan je niks geven en moet niemand iets hebben. Zodra er geld is, beginnen ze om geld te vragen.

Laura: Door de toevloei van subsidies, zijn er mensen in het bestuur gekomen met obscure principes. We hebben momenten gehad die cruciaal bleken, waar we het geluk hadden dat in de algemene ledenvergadering zo goed als alle leden wisten waar CROXHAPOX voor stond en waarom we het deden.

Hilde: Je wordt er ook niet rijk van… Ik vermoed dat jij maandelijks maar een klein bedrag krijgt.

Laura: Dat is zo.

Sjoerd: Bij de structurele subsidies, is Laura altijd betaald geweest, maar weliswaar met een heel laag salaris.

Laura: Een belangrijk iemand – we gaven samen les in het DKO van Oostende, is Joris Van der Borght. In 2005 was hij de enige die het zakelijk beleid doorgrondde en samen met mij de dossiers heeft samengesteld. Later is hij een tijdje afwezig geweest. Sinds 2012 doet hij het zakelijk bestuur. In 2008 en 2009 ben ik zowel artistiek als zakelijk directeur geweest. Nu is het huidige traject zo dat we met een jong team werken in een solide structuur: Jelle Clarisse en Dries Douibi zijn er onder meer bijgekomen en er is een algemene ledenvergadering die gefocust is op de spirit en de kern van CROXHAPOX.

Guido: De tafelspringers die dachten dat ze er beter van gingen worden, zijn er uit. Wat wel rust geeft.

Hilde: Laura, wat heb jij de laatste 25 jaar bij de kunstenaars qua mentaliteit zien veranderen? Stellen ze – vooral de jonge kunstenaars - andere eisen dan vroeger? Met andere woorden, hoe heb jij het kunstenlandschap zien veranderen?

Laura: Het is dag en nacht veranderd. In de jaren 90 kwamen er kunstenaars uit New York zonder dat wij er het budget voor hadden: er was geen geld voor een vliegtuigticket, we konden geen residentie vergoeden en er was amper geld voor productie. Heden ten dage wordt er van een centrum als CROXHAPOX – maar ook van Netwerk, Voorkamer, Wiels –verondersteld dat eerst en vooral de kunstenaar ondersteund wordt. Op alle mogelijke vlakken. Dat is een van de belangrijkste punten waar we nu mee bezig zijn. In de beginperiode creëerden we een plek. Nu zijn we die plek en proberen we kunstenaars te ondersteunen. Kunstenaars hebben nu trouwens een andere attitude en worden op een andere manier opgeleid. Op kunstscholen is er een totaal andere focus tijdens de opleiding zelf naar het kunstenaarschap toe. De scene is ook veranderd: zoals gezegd begon CROXHAPOX in een braakliggend land, maar nu is dat braakliggend land er niet meer. In de grote steden doen jonge kunstenaars en studenten wat wij toen als CROXHAPOX deden: zelf iets beginnen. Nest, dat onlangs naar Brussel verhuisde, is een interessant voorbeeld.

  
Hilde: Ik hoor ook dat ze de koppen bijeen steken omdat hen geen plaats om te exposeren wordt aangeboden.

Laura: De fabriek waar wij nu zitten – en ik voel ons nog altijd geen instituut – is een plek geworden die met de jaren een zekere bekendheid heeft gekregen.

Guido: Uiteindelijk is dit toch ook meer dan een plek om dingen te laten zien. Zo worden er hier ook boeken gepubliceerd.

Laura: Sinds enkele jaren werken we ook samen met KASK, Luca, en staan we ook open voor residenties van studenten. Eén van de ruimtes, de backspace, wordt vanaf 2015 vrijgehouden voor ontwikkeling.

Guido: Wat ik me afvraag: de locaties van CROXHAPOX, is dat nooit een nadeel geweest? Jullie panden lagen nooit centraal. Je stapt hier niet zomaar binnen, je moet daar echt moeite voor doen.

Hilde: Ik had jullie ook liever in het stad zien liggen. Ik zou sneller tussendoor eens binnenjumpen.

Laura: Ik vind het geen nadeel. We hebben op al onze plaatsen een groot verloop gehad.
Sjoerd: De goeie mensen komen wel kijken. Als je midden in het stad zit, heb je heel veel ruis.

Hilde: Laura, stel dat je het op je 65e beu bent of moet opstappen, wat zou je dan willen meegeven aan de jongere garde?

Laura: 65, dat is een sociaal-burgerlijke limiet waar ik me nooit om bekommerd heb. Ze moeten zich vooral niet met geijkte formules bezighouden. Dat heeft geen zin. Het contemporane zoals we het nu kennen, is een bedenksel waar je weinig mee opschiet. Honoré d’O is interessant. Je kan beter met het contemporane spelen dan het serieus te nemen. Michaël Borremans is interessant. Hij deed zijn ding zonder zich wat van het contemporane gedoe aan te trekken. Het heeft bovendien geen zin om je aan de gevestigde waarden te meten. Ze hebben een wereld voorsprong, zelfs met zevenmijlslaarzen kom je niet voorbij het spoor dat ze lieten.

Hilde: Hoe verloopt de samenwerking met de andere galerieën en instituten?

Sjoerd: Wij zijn geen galerie hé. Maar al sinds de jaren 80 zijn er zoveel mogelijkheden geweest, die helaas altijd weer strandden.

Hilde: Zo hebben wij al een Gentse kunstmap proberen oprichten, Gentse nocturnes, enzovoort, maar dat is voortdurend gestrand op onwil. Vanuit de Stad Gent is er een nieuwe poging.

Sjoerd: Er is ook altijd de eeuwige discussie over de kwaliteit: “Die mag erin, die niet, … “

Laura: In 2006 stonden we zo ver dat er een stadsplan ging gemaakt worden, waar iedereen kon opstaan: van galerieën tot musea tot antiquairs tot off-spaces en kunstscholen… Zo konden buitenlanders die in Gent aankwamen, direct kiezen waar ze naartoe wilden. Maar daar is op geen enkel moment een consensus over geweest.

Sjoerd: Toch denk ik dat CROXHAPOX in Antwerpen niet zou kunnen: er is hier in Gent een gevoel en een plek en een openheid die je daar niet hebt. En helaas verdwijnen er daar ook meer en meer galerieën. Daarbij moet iedereen ook het licht in elkaars ogen gunnen. Daarnaast is er ook geen kapitaal op bepaalde plekken, waardoor die mensen niet altijd op een bepaald niveau kunnen werken.

Hilde: Vind je dat België het over het algemeen goed doet op kunstgebied?

Laura: Ik heb daar geen specifieke mening over. Ik was laatst in Lissabon en kwam er Portugese kunstenaars tegen die enorm opkeken naar hoe het er in België aan toegaat. Op zich zegt dat niet veel, omdat er in Portugal nu eenmaal geen cultuurbeleid is.

Guido: Jij hebt het over de manier waarop ze ondersteund worden. Maar heel veel van onze kunstenaars zijn toch selfmade men. En dan heb ik het niet alleen over plastische kunstenaars. Toen ik aan de reeks Goudvis op Canvas werkte, heb ik documentaires gemaakt over Dirk Braeckman, Francis Alÿs, Sidi Larbi Cherkaoui, Guy Cassiers, Wim Delvoye... Dat zijn allemaal mensen die het vanuit het niks gemaakt hebben. Niet dankzij subsidie. In begin jaren 80 waren  nogal wat Belgische kunstenaars een breekijzer in hun discipline. Fabre voor het theater, De Keersmaker voor de danswereld, Tuymans voor de schilderkunst, de Kuykens voor de oude muziek… noem maar op. En vandaag zie je dat veel van onze artiesten ook internationaal potten blijven breken.

Sjoerd: Ik denk dat het hier in België nog altijd niet ideaal is qua subsidies. Ook Luc Tuymans, Narcisse Tordoir en Guillaume Bijl, Anne-Mie Van Kerckhoven, enzovoort, zijn wel allemaal geëngageerd om er iets aan te doen. NICC is erdoor ontstaan. En LLS 387. Ze zijn ermee bezig om jonge mensen te helpen.

Hilde: Laura en Sjoerd, jullie noemen zichzelf beeldend kunstenaar…

Laura: Ik ben bij voorkeur in het atelier bezig. Schilderen, schrijven. Nu is dat in mijn geval uiteraard een moeilijke queeste. Ik geniet enorm van de mailart, wat echt een op zichzelf staand, veelzijdig oeuvre is geworden.
Guido: Door met CROXHAPOX bezig te zijn, kan je je mentaal moeilijk vrijmaken om eigen werk te maken.

Sjoerd: Vandaar die mailart, die correspondentie die wij voeren, dat is ook een reden om dingen tussen de soep en de patatten te kunnen doen. Dat is niet dezelfde concentratie van een schilder of beeldhouwer die rustig aan het werk is in zijn atelier. Toch ben ik altijd bezig gebleven. Maar zelf heb ik nooit werk commercieel tentoongesteld en heb ik nooit een werk verkocht. Ik ben Beuysiaans: ‘Iedereen is kunstenaar.’ (lacht)  Iedereen die de energie heeft iets te doen of die autonoom een energetische meerwaarde kan geven op een poëtische manier, is een kunstenaar voor mij. 

Laura: Taal is cruciaal aanwezig in CROXHAPOX. We hebben een tweetalige encyclopedie van CROXHAPOX en bijna elke dag, als ik de admin page volg, hebben we wel 800 mensen die op de CROX-site komen.

Hilde: En op de interviews misschien? ;-) Er kwam hier op een dag iemand triestig binnengewandeld toen ze net ontslagen was als exporecensent bij de ZONE09/ en toen vroeg jij me om recensies voor CROXHAPOX te schrijven, als een soort brug en sluis naar de rest van de kunstwereld. Mij leek interviews afnemen fijner en nadat de blog in twee minuten was opgesteld, ben ik eraan begonnen… Nu, zes jaar later, weet ik nog altijd niet bij wie te beginnen… Heeft mijn blog CROXHAPOX iets opgeleverd?

Sjoerd: Ik denk dat het allemaal verlagende drempels zijn om hier binnen te geraken.

Laura: Jouw ‘gesprekken met kunstenaars’ is een heel open podium. Heel aantrekkelijk voor een grote massa. Terwijl het programma dat Netwerk en CROXHAPOX brengen, een kleinere massa aanspreekt.

Sjoerd: Ik denk dat CROXHAPOX een klein lichaam is met verschillende tentakels. Soms beweegt het ene meer dan het andere, maar het is wel allemaal aanwezig. Dat is ook wat het hier zo interessant maakt. Wat hier niet aanwezig is, is de markt, niet in ons werk, maar ook niet in CROXHAPOX. Langs de ene kant een manco, maar langs de andere kant iets waar we trots op kunnen zijn, dat het niet commercieel is.

Laura: Dat we geen commerciële en dat we geen theoretische activiteit ontwikkelen. Er is maar één frame eigenlijk: de kunstenaar, het kunstwerk.

Hilde: Zijn jullie wereldverbeteraars?

Sjoerd: Naïeve wereldverbeteraars.

Guido: Misschien moeten we, nu CROXHAPOX 25 jaar bestaat, in rebelse zin de boel wel tot ontploffing brengen: starting from scratch als het ware. En dan eindelijk eens een mooie naam kiezen (lacht).

Hilde: Denken jullie dat CROXHAPOX nog tientallen jaren potentieel heeft?

Guido: Zeker als het een goede ploeg is. Het is zoals elke organisatie des mensen.

Sjoerd: Ik denk dat het overal zo is bij zo’n soort ruimtes, dat het verbonden is met één soort persoonlijkheid. Alle satellieten die errond zweven zijn nodig, maar op zich niet noodzakelijk. Laura heeft de laatste jaren iemand gezocht die die functie kan invullen, maar dat is niet te vinden.

Laura: Er was nu recent in 2012 een verandering. Niet voor het eerst, dat hadden we in de jaren 90 ook: een artistiek team dat heel dicht betrokken is bij het tot stand komen van het artistieke programma. Wat uiteraard de manier van werken en de inhoud van CROXHAPOX niet verandert.

Hilde: Maar CROXHAPOX blijft altijd een beetje anarchistisch…

Laura: Een begrip als anarchie is niet wenselijk in het gesprek, omdat dat in burgerlijke zin nooit goed begrepen wordt.

Guido: Anarchie is hier ook een slecht woord, omdat het ‘zonder beginselen’ en ‘zonder principes’ betekent: alles omver om te vernietigen. Dat is hier niet zo. 

Hilde: Maar jullie hebben wel iets ‘alternatiefs’ over zich.
Sjoerd: Velen die zich hier voor kortere of langere tijd engageren, komen hier voor het eerst omdat ze hier iets komen presenteren. Zelf ben ik hier ook voor het eerst binnengekomen als exposant en op een of andere manier ben ik hier blijven haperen. Als later iemand de fakkel van Laura zou overnemen, dan is het niet de bedoeling dat het hier helemaal wordt omgebouwd.

Laura: Ik denk niet dat het zal verdwijnen. Er is hier toch een ondersteuning van mensen die gefocust zijn en die er zin in hebben.

Guido: Je moet hier wel durven over nadenken. Stel dat de structurele subsidies opdrogen en ophouden te bestaan. Dan krijg je een probleem natuurlijk.

Hilde: Laura, heb je nog grote dromen met CROXHAPOX of leef je je droom?

Laura: Geen stress. Alles loopt vlot op een lekker frisse, spirituele manier. Het is een warme plek en conflicten, vooral met het onbereikbare of ontoelaatbare en toch niet zo belangrijke, worden zoveel mogelijk vermeden.

Hilde: Dank je voor jullie inkijk Laura, Guido en Sjoerd.

Hilde Van Canneyt

Info CROXHAPOX: http://croxhapox.org/

Wie het verhaal achter CROXHAPOX wil kennen, kan erover lezen in de ‘croxencyclopedie’.
http://croxhapox.org/c/encyclopedia

statcounter