Interview met Thierry Mortier




Interview met Thierry Mortier (°1974), Kortrijk,  juni 2013


Hilde Van Canneyt: Hallo Thierry, we zitten hier aan de Buda-toren in Kortrijk naar aanleiding van je deelname aan de kunstwandeling “Kortrijk Vlaandert, van provincie naar provincie”. Waar je, in feite, voor ‘t eerst aan het grotere publiek wordt getoond.
Thierry Mortier: Ja, officieel wel. Het is de eerste keer dat ik officieel wordt getoond in een stadstentoonstelling. Maar, ‘t grotere publiek kon ook vorig jaar werk van me ontdekken tijdens de stadstentoonstelling TRACK van S.M.A.K. in Gent. Alleen was dat geen officiële deelname, maar een OFF programma.

HVC: Juist, je zwarte raven die je toen uitzette in Gent?
TM: Kraaien. 18 zelfgenaaide zwarte kraaien en een controle kamer die ik toen OFF TRACK in de publieke ruimte plaatste, als reactie op het “té open” manifest van TRACK dat opriep tot actie en conversatie.


OFF TRACK, cctv, corvus corone tv, 2012 Zwarte textiel kraaien + controle kamer

HVC: En nu een jaar later van een officieus parcours naar een officieel parcours. Geen kraaien deze keer, maar kasseien, een monument en een happening. Hier aan de Buda-toren zien we een van je affiches met een zwart-wit foto van een kasseiweg, waar er een kasseisteen ontbreekt. Soortgelijke affiches hangen momenteel verspreid over de hele stadskern van Kortrijk. Er staat geen tekst op of uitleg bij. De bezoeker moet het met heel weinig doen?
TM: Ja. Ik weet het. Terwijl ik graag praat over het werk dat ik maak, kon ik geen tekst toelaten bij dit werk dat ik hier in Kortrijk toon. Ik heb geleerd dat je tekst niet “niet” kan lezen. Eens je leert lezen ga je ook effectief “lezen” als je met een tekst wordt geconfronteerd. Het is een heel opdringerige technologie. En, dat is hier niet de bedoeling. Ik wil het publiek niet laten lezen wat ik wil zeggen, dan schrijf ik beter een boek. Ik wil ze het laten voelen. Door de Kortrijkse stadskern te satureren met m’n affiches, wil ik de bezoeker en de passant de mogelijkheid geven het gevoelsmatig in te vullen. Met een tekst riskeer ik dat het teveel op een reclameaffiche gaat lijken en gaat genegeerd worden.

HVC: De affiches zijn ook maar een onderdeel van het werk? Er zijn ook sculpturen verspreid in de stad die deel uitmaken van het werk? Allemaal onvolledige cirkels bestaande uit … kasseien!? Wat heb je met kasseien?
TM: Het werk met de kasseien heet ‘eendracht/ L’union’ en het is inderdaad een gefragmenteerd werk. Wat de titel niet doet vermoeden. (lacht). Je kan het niet in een oogopslag vatten. Het is een geheel met veel ruimte en tijd tussen. Een “object” bestaande uit vele “objecten”. Iets dat komt uit het feit dat ik mijn praktijk stoel op de semiotiek, de tekenleer, waar tekens en tekenproductie worden bestudeerd. John Deely (die binnen de semiotiek een grote naam is) zei: “Het teken is wat elk object vooronderstelt”. Op zich geen evidente definitie, maar wat ik belangrijk vind om hier te duiden is de distinctie van de term “het object”. Deely beschrijft hoe de term “ding”, onze favoriete aanduiding voor als we de naam van iets vergeten zijn: je weet wel “dingske”, het woord is dat gebruikt om iets ongekends te benoemen. Uit het niets, komt er een iets dat benoemd moet. Van zodra we het benoemen en het binnenhalen in onze kenniswereld wordt dat “ding” een “object”, een gekend iets. Van dat “object” kunnen we dan naar de “objectieve wereld” geraken. De wereld die we kennen als objectieve wereld, niet de “feitelijke” wereld, maar in de betekenis dat alles wat we kennen, ge-objectiveerd is en we in een wereld van objecten leven. Tastbaar of niet. Maar, om terug te keren naar mijn werk, de affiches die ik maakte zijn objecten, de kasseien die ik in “onvolledige” cirkels doorheen de stad uitlegde zijn ook objecten, de documentatie-foto’s in het boekje en de kleine uitleg zijn dat ook. Waar het mij echter om te doen is, is het object dat ze samen vormen. Ik reik op zich de onderdelen maar aan, het is aan de toeschouwer om ze samen te brengen, of niet.

HVC: Ja, ik vond die uitleg ook op je site, die zegt niet zoveel: “België (50 50 N, 4 00 E) heeft 10 provincies, 5 Vlaamse & 5 Waalse. Elke provincie heeft kasseiwegen. Elke kasseiweg in België heeft kasseien die los liggen.” Wat wel anders is op de site is dat je niet enkel de affiches die je hebt uitgehangen in de stad Kortrijk toont van kasseiwegen met een steen die ontbreekt. Je toont er ook dezelfde straat, met de losliggende kasseisteen nog aanwezig en je schrijft zelf na die uitleg: “... de foto’s tonen 10 van die kasseiwegen. Hoe ik ze vond & hoe ik ze achterliet.” Moet ik dan begrijpen dat je die kasseien hebt meegenomen?
TM: Dat is een interpretatie natuurlijk. Op zich zeg ik dat niet. Het Is zoals tv-reclame voor wasproducten waar ze onderzoek uitvoeren en het blijkt dat alle wasproducten allemaal even goed kleren schoonmaken. Zo kan elke producent aan de consument zeggen: “geen enkel ander product wast beter”. ‘t is correct, maar of de consument dat zo ziet is een ander paar mouwen. Het doet er ook niet toe of je gelooft dat ik die kasseien wegnam. Van zodra het bij je opkomt ga je op je volgende wandeling aan dit “stukje info” terugdenken wanneer je een “ontbrekende steen” tegenkomt. Het is het verderzetten van het “werk” in het hoofd en in het leven van de toeschouwer. De bezoeker uit Antwerpen, Gent, Luik, Namen kan twee weken na zijn bezoek even stilstaan bij een “kassei” die ontbreekt in zijn straat en zich afvragen of Thierry Mortier daar is voorbijgekomen.

 poster Eendracht/ L’union


 Kasseisculptuur Eendracht / l’union, voor Kortrijk Vlaandert, 2013

HVC: Je zegt dat het een gefragmenteerd werk is en een geheel. Probeer je dan iets te zeggen over de versplintering tussen Vlaanderen en Wallonië of eerder over de eenheid ervan? Of neem je geen standpunt in? Wordt het werk dan niet wat vaag?
TM: Ik heb zeker een standpunt. Persoonlijk ben ik vrij uitgesproken in mijn mening én ook in mijn werk. Sowieso begrijp ik vaak niet dat we ons zo laten meeslepen door de media en propaganda-praat van de politiek. Misschien is begrijpen niet juist, ik begrijp het wel, maar wil een tegenstem uitbrengen. De foto van een kasseiweg met een kassei eruitgenomen duidt voor mij op een evidentie die wordt vergeten. Als je één kassei wegneemt is de kasseiweg niet weg. De enige manier waarop Vlaanderen bvb. onafhankelijk kan worden, werkelijk onafhankelijk, is door de hele wereld te veroveren. Dat is de enige “onafhankelijkheid” die mogelijk is. Vlaanderen die zich zou afscheuren van Wallonië, is een even afhankelijk Vlaanderen. Alleen gaan Vlaanderen en Wallonië als aparte entiteiten hun bijdrages moeten leveren aan Europa om het volgende Griekenland uit de financiële nood te helpen. Wallonië zou dan ons “buurland” worden. En wij Vlamingen mogen dan nog maar een extra grens oversteken als we ‘s op reis gaan.
Of moeten de Vlaamse zelfstandigen nog maar ‘s een export-formulier gaan invullen als ze een Westmalle biertje willen gaan verkopen in Namen. Al mijn werken proberen net meerdere perspectieven tegelijkertijd aan te kaarten: Big picture & small picture. Pure superpositie. Mijn standpunt hier is duidelijk, Vlaanderen, Wallonië, België zijn xenofobische, economische begrippen die niet reël zijn, big picture en small picture. Die dingen zijn allemaal historisch te verklaren en te begrijpen, maar dat is historisch. We zijn nu 2013, waar ik de tweets van Ai Weiwei kan volgen in real time. Waar een kleine zelfstandige “producten” kan importeren uit Vietnam en z’n eigen producten naar Zweden kan versturen. En dat is louter economisch, puur menselijk begrijp ik niet zo goed hoe de Fransman uit Tourcoing verschilt van de Belg uit Menen? Een kasseiweg bestaat uit kasseien, maw de individuele kasseien geven vorm aan de weg én de weg definieert de kasseistenen. Ik vind dat niet zo vaag.

HVC: Een sociaal geëngageerde mening, samen één? Als Gentse kunstenaar aan de socialistische kar duwen? Is dat het?
TM: Neen, dat nu ook niet. Ik weet dat er veel kunstenaars, nu en historisch, socialistische ideeën aanhangen/hingen. Maar dat is het zeker niet bij mij. Ik kom vanuit een andere hoek. Het onlosmakelijk geheel duiden is geen politieke ideologie. Het is zo. Het heeft ook niks met humanisme te maken, of menslievendheid. Eerder als “statement” tegen de politiek die gevoerd wordt omdat het beleid dat we de laatste decennia kregen net de evidenties naast zich legde. Er is een ongelofelijk gebrek aan visie en dan vooral groter-geheel-visie.

HVC: Maar er zit wel degelijk een vermenging van eco-politieke boodschappen in alle drie de werken die je voor “Kortrijk Vlaandert” voorstelde. Het “Monument voor een Crisis” lijkt op het eerste gezicht Vlaamsgezind, maar nadat je alle aspecten hebt gezien, zie je dat er wel een driekleur in zit. En je happening “7.11” (seven eleven) lijkt winkeltje spelen, maar handelt weer over Vlaanderen-Wallonië alsook over het kunstenaarschap in de maatschappij. Kan je eens het “Monument voor een Crisis” toelichten? En waarom het zo belangrijk is voor je om je ook politiek te uiten via de kunst?
TM: Ja, het “Monument voor een Crisis” komt zoals al m’n werken uit dat denken over semiotiek en tekens. Op zich zoek ik altijd maar een “teken” te bouwen of aan te reiken dat veelzeggend is. Ik bedoel dat er altijd veel informatie zit in één enkel teken. De opzet van het Monument is om de bezoekers een architectuur te bieden die hen duidelijk, zelfs lichamelijk, kan tonen wat een crisis is. Het is een grote tunnel, die ik de vorm gaf van het onderste stukje van een Gauss-curve. Een Gauss-curve als cyclische curve die steeds volgens een vast patroon op en neer gaat.
Als je voor de grote opening van de tunnel staat kan je erin wandelen en naarmate je verder wandelt komen de wanden steeds dichter tot wanneer je je effectief moet gaan bukken om nog verder te geraken. Het toont lichamelijk de beknotting van een Crisis - economisch, politiek, of andere. Maar, je kan ook van de andere kant beginnen en je door de kleine opening wringen en steeds meer ruimte krijgen om te beginnen wandelen. Mooi toch? De toeschouwer kan zelf kiezen of die er optimistisch of pessimistisch tegenaan gaat kijken. En omdat de kunstwandeling “Kortrijk Vlaandert” heet besloot ik de buitenkant Vlaams-geel te maken en de binnenkant Waals-rood. De schaduwen in de tunnel geven dan het zwart om de driekleur te vervolledigen. ‘t is een beetje hetzelfde standpunt als daarnet dat hier door de kleur wordt aangegeven.

 Maquette van “Monument voor een Crisis”, 2013, voor Kortrijk Vlaandert

HVC: Oorspronkelijk ging je die tunnel bouwen in een kleine voetgangersdoorgang tussen Kerk en winkelstraat hier in Kortrijk, maar uiteindelijk komt die voor de paardenstallen te staan.
TM: We zitten in “Crisis”, en ‘t is niet enkel Europa, of Griekenland en Portugal. Wij, allemaal. Ik herinner me nog dat de marketing-buzz term niet zo lang geleden “Global on a Local scale” was. Om te zeggen dat we lokaal ook globaal kunnen opereren. Je kan dat ook omdraaien en duidelijk zien dat een globale crisis steeds lokaal toeslaat. De oorspronkelijke locatie voor het Monument had ik gekozen omdat het net de aandacht op een kleine regio van de Kortrijkse binnenstad ging vestigen die het heel moeilijk heeft.
Een winkelstraat, met tal van zelfstandigen die het heel moeilijk hebben om te overleven, of zelfs niet hebben kunnen overleven en nu reeds moeten wegtrekken zijn. Ik wou daar dan de voetgangersdoorgang nog ‘s gaan blokkeren en ik begrijp wel dat de Schepen van Kortrijk dat liever niet zag gebeuren.

HVC: Maakt dat het werk minder goed voor je?
TM:  Voor de paardenstallen wordt de focus van het werk meer op het globale karakter gelegd en verliest het die heel specifieke lokale insteek. Maar, het is niet zoals Richard Serra’s Tilted Arc dat m’n Monument voor een Crisis niet meer werkt omdat ‘t een paar straten verder staat. Dus minder goed? Neen dat niet. De ervaring van de toeschouwer blijft dezelfde, dat is het belangrijkste.

HVC: In je derde werk 7.11 wil je een stuk refereren aan de fluxus-beweging. En de economische realiteit van het kunstenaarschap duiden. Maar dat is niet alles het is ook een klacht. Een klacht dat de Vlaamse leeuw een logo werd, een consumptieproduct dat gebruikt en misbruikt wordt volgens jou?
TM: Altijd meerdere perspectieven samen. Hoewel ik moet toegeven dat 7.11 vrij toevallig is ontstaan. Gewoon de juxtapositie van de tekens “Kortrijk” en “2013” vond ik zo treffend. Het was zo’n oncontroleerbare gedachtegang. 2013 zijn dezelfde cijfers als 1302, ‘t jaar van de Guldensporenslag in … Kortrijk. En toen ik 1302 aftrok van 2013 kwam ik dan ook nog ‘s 711 uit. 11.7.1302 is precies de datum van de Guldensporenslag. Waardoor ik ging mijmeren over hoe er toen als een geheel werd opgestaan tegen Frankrijk. Er zitten nog altijd leeuwen in de vlag van Henegouwen bvb. Pas zoveel later werd de Leeuw van Vlaanderen geschreven en nog veel later werd de leeuw het Vlaamse symbool dat dan ook nog ’s ging gebruikt worden om die splitsing van Wallonië te gaan opflakkeren. Terwijl we wel samen tegen Frankrijk vochten? Maar zo gaat dat met tekens, de betekenissen die eraan worden toegekend verschuiven constant.
Waarom zou ik die belangrijke datum dan niet gebruiken om te verwijzen naar ‘s werelds grootste supermarktketen 7-eleven, en voor een dag, op 11 juli, een winkeltje openen waar iedereen kunst-”producten” kan kopen. Officieel is het 7.11 Pop up Art Convenience Store, officieus is het de kunst-buurtwinkel. Waar de “producten” worden aangeleverd door deelnemende kunstenaars van “Kortrijk Vlaandert”. Allemaal kleine werken, objecten of multiples die we in het winkeltje te koop gaan aanbieden. Met de herdenking van de Guldensporenslag als excuus om als kunstenaars onze “waren” aan de man te brengen. En, alleen al de respons van de deelnemende kunstenaars die onmiddellijk op de kar sprongen om hun “producten” aan te bieden vind ik nu al super! Ik kijk er wel naar uit.

HVC: Dat is inderdaad nog toekomstmuziek, maar nu even terug naar het verleden. Was dat multiple perspectief ook al aanwezig in je vorig werk met je stempeltjes? Om even te situeren, je studeerde af als licentiaat vertaler Nl-Fr-Eng, in Gent. Ging daarna werken in de IT-sector en gaf er na zes jaar  de brui aan om te gaan schilderen. Je maakte toen portretten, wat je terug na een vijf/zes jaar opgaf om met zelfgemaakte stempeltjes uit gom, schilderijen te maken die “sneeuw op tv” nabootsen. En nu bijna terug zes jaar na je eerste stempel-schilderij maak je installaties. Is er daar samenhang in te vinden of probeer je steeds maar nieuwe dingen zo om en bij de zes jaar?
TM: Nou, dat patroon was me nu nog niet opgevallen, dat is inderdaad toevallig als je het zo uiteenzet. Als kleine jongen was ik “into fashion”. Mijn moeder naaide heel veel kleren thuis, en als klein baasje was ik daar enorm door gefascineerd. Ik besliste toen dat ik modeontwerper zou worden. Dat was nog voor de zes van Antwerpen opstonden, maar ik maakte hen wel mee in mijn tienerjaren. Er was een voorbeeld. Alleen vonden ze dat thuis niet, en zou ik net als mijn oudere broer eerst een deftig diploma halen, daarna kon ik doen ingenieur worden. Uit puur protest koos ik om talen te studeren. Een keuze die ik tot op vandaag niet betreur. Ik kwam erdoor in contact met semiotiek wat eens ik de IT verliet heel erg naar boven kwam. En nu echt de basis is van mijn werk alsook van de veranderingen erin.
Tot op vandaag probeer ik “tekens” te bouwen en staat er dan ook op mijn kaartje “semiotic architect” en niet “kunstenaar”. Hoewel ik meestal - alléz altijd - ook het woord kunst moet laten vallen om uit te leggen wat ik doe. Ik zie ook wel die breuk in mijn werk, maar enkel toen ik stopte met portretten te schilderen. Dat was echt een oeuvre-verandering voor me. Waardoor ik me ook een tweetal jaar opsloot om een nieuw oeuvre op te bouwen, mijn noizuyo-e of beelden van de ruisende wereld.
De overgang van mijn “stempel”-werk naar de installaties hier in Kortrijk of voordien in Gent zie ik helemaal niet als een breuk of verandering, maar wel de verderzetting en uitpuren van mijn onderliggende thema’s: superpositie, het tonen van meerdere perspectieven tegelijkertijd, de distinctie tussen ik en de ander en context. Dat waren ook de thema’s in mijn stempelwerk. Alleen ligt de focus nu nog meer op het ‘teken’ dat ik wil brengen, en minder op de vorm ervan. Als ik morgen een nieuw werk wil maken en het beste medium dat ik ervoor vind is een stempel-schilderij dan zal ik vanavond de stempeltjes aan het snijden zijn. Maar het kan ook een foto worden of een installatie of wat dan ook. Het teken primeert.

Estatica, 2009, Noizuyo-e versie van de Guernica.

 The gift, 2010, Noizuyo-e memento mori

Critical path, 2011, IV & hart met prikkeldraad op IV-stand

HVC: Toen we een paar maanden geleden samen in St-Lucas te Gent waren, zei je me het niet spijtig te vinden dat je geen academie volgde. Heb je het niet zo voor kunstonderwijs? Of waarom zei je dat?
TM: Ik vind het nu niet meer spijtig dat ik geen kunstonderwijs volgde. Ik heb het lange tijd wel spijtig gevonden, omdat ik dacht iets gemist te hebben, of een achterstand te hebben. Terwijl ik nu besef dat als je van een andere kant in de kunsten komt je dat ook niet zomaar doet én dat de meeste kunstenaars “autodidacten” zijn of ze nu school liepen in de kunsten of niet. Het moeilijke is niet zelf de kunstgeschiedenis uitpluizen, of zelf “jouw” expressievormen, of “jouw” thema’s vinden, dat vergt gewoon tijd, inspanning en de idee niks anders te willen of kunnen doen. Dat zijn net de zaken die niet aangeleerd kunnen. Wat het moeilijkste is zonder de academie zijn de contacten, maar die komen uiteindelijk ook wel.

HVC: Toen we ergens in 2011 voor het eerst spraken, gaf je toe veel tijd in het netwerken te steken en was je er op gebrand om met curatoren te kunnen spreken. Is dat nog altijd zo belangrijk voor je? Schuim je nog altijd alle vernissages af op zoek naar het volgende contact?
TM: Ja en neen: de mooiste Vlaamse uitdrukking die ik ken. Zo’n mooie superpositie. Ik schuim niet alle vernissages af, ik heb ze ook nooit allemaal kunnen afschuimen, en nu is het ook steeds minder om een nieuw contact te kunnen vinden, maar meer om mensen terug te zien, mensen die even geëngageerd zijn in de kunsten, of zoals jij ooit zo onverbiddelijk verwoordde “we zijn freaks, kunstfreaks”. We kunnen het niet laten. Ik weet ondertussen ook dat niet iedereen in de kunsten er even begaan is, of alle openingen meemaakt, of zelf bewust geen openingen wil doen. Ik ga altijd blijven gaan omdat ‘t me altijd interesseert. Mocht ik zelf geen kunst maken zou ik het verzamelen.
Het goeie is dat ik het geld niet heb om te collectioneren, want ik weet dat ik mezelf niet zou kunnen tegenhouden. Maar om terug te keren, ik probeer nog steeds zoveel mogelijk bij te wonen: openingen, lezingen, kleine en grote tentoonstellingen. Ik kom niet uit de academie, maar ik ga er wel veel naartoe. Ik pik heel wat lezingen mee in KASK, ga steeds proberen gaan als het HISK lezingen opent voor het grotere publiek. En elke curator die ik ooit sprak heeft aan de oorsprong gelegen van de evoluties in mijn werk. Zo goed als elke stap die ik heb kunnen zetten kan ik nog relateren aan een gesprek met een curator of museumdirecteur. Wat begrijpelijk is. Als je geen vier jaar op de schoolbanken zat waar je constant input krijgt, vertrek je van je eigen positie en wil je die toetsen, of uitwisselen.
Ik heb zelf m’n curriculum opgesteld en mijn “docenten” gezocht en aangesproken. Een kleine kritische opmerking van een curator die al jaren in het vak zit is altijd de samenvatting van al die jaren ervaring. Ik ben ook altijd op zoek naar kritiek. Want met kritiek kan ik iets doen. Ik kan ze aanvaarden en proberen verwerken of “quatsch” vinden en naast mij leggen, maar ik ga erover nagedacht hebben en m’n eigen positie erdoor bepalen. Het leukste voor mij is bvb. een conversatie van een minuutje over een aspect van de kunst gedurende drie jaar in m’n hoofd laten zitten, tot wanneer ik er eindelijk een antwoord op vind en de volgende dag beter werk kan opleveren. Beter werk volgens mij uiteraard.

HVC: En je zoekt die kritiek omdat je te weinig vertrouwen hebt in wat je brengt?
TM: Vroeger zeker. Nu minder, maar dat gaat volgens mij niet weg. Maar ik las datzelfde ook al in veel van jouw interviews, zowel bij de grote als minder grote namen. Als de twijfel weg zou zijn, of ik zou stoppen met zoeken en echt denken dat ik het gevonden heb, dan moet ik er maar mee ophouden, want dan ga ik nooit nog iets “beter” maken. Het vertrouwen in mezelf is gegroeid door de jaren heen. Niet in het werk. Het werk is wat uit mij komt, ik moet mezelf vertrouwen én zal ook altijd de grootste criticaster blijven voor mezelf. De kritiek van anderen heb ik nodig om vooruit te geraken. Het is terug een beetje zoals mijn kasseien-verhaal. Een kassei alleen is maar een steen, ‘t is als je de steen in de weg stopt, dat ‘t een kassei wordt. En ik ben me bewust dat je me nu over conformeren gaat spreken, maar daar gaat ‘t niet om. Joseph Kosuth schreef dat kunst een propositioneel gegeven was, en dat is het ook en zal het ook altijd blijven.
Een propositioneel gegeven is een groepsgegeven. Het is een dialoog. Kosuth zegt dit is kunst want ik ben een kunstenaar en wat ik maakte zette ik neer in een kunstgalerie en jij de kunstliefhebber, of koper, of galeriest gaat daarmee akkoord. Waarmee ik je gewoon voor wil zijn, kunst is individueel en maatschappelijk, omdat we als mens niet kunnen ontsnappen aan het feit dat we mens zijn net omdat de groep bestaat. Het concept van een individu bestaat slechts dankzij de groep en de groep dankzij het individu. De kunstenaar moet niet conformeren, dat is niet zijn taak, maar hij kan geen kunst maken als het niet in de groep wordt gegooid omdat het woord “kunst” gemeenschap impliceert.

HVC: Het is niet de eerste keer dat ik je Joseph Kosuth hoor vermelden. Is dat een van je helden? Ga je vaak teruggrijpen naar die jaren 60-70?
TM: Kosuth is een belangrijke voor mij voor veel redenen, maar de belangrijkste is dat het pure semiotiek is die hij als kunst bracht. En hij was niet de enige, noch de eerste en zal zeker niet de laatste zijn ook. Nadat ik ging spreken op een conferentie over semiotiek vroeg een van de aanwezigen of ik geen artikeltje wou schrijven voor een online magazine over semiotiek. Ik begon er een serie waar ik “semiotiek als kunst” probeer te verwoorden, het eerste ging over Kosuth’s one and three chairs, het tweede over Paul Ryan’s threeing. Paul Ryan werd trouwens met threeing getoond in dOCUMENTA(13). Om maar te zeggen dat het helemaal geen uitzonderlijk verhaal is over die semiotiek. Het verwonderlijke is eigenlijk dat ik nog zo vaak moet uitleggen wat het is. Maar dat was niet je vraag.

HVC: Neen, ik wou in feite vragen naar je voorbeelden in de kunst … of waar jij naar opkijkt? Heb je een favoriete kunstenaar?
TM: Mag het ook een favoriet werk zijn?

HVC: Ja natuurlijk.
TM: Jij! (lacht) … maar da’s niet van mij, da’s een werk van Daniel Dewaele met “You are my favorite work of art”. Vind ik schitterend. Ik heb teveel helden in de kunst, Hilde. Zowel hedendaagse als old-school. Kosuth zal altijd het lijstje passeren, maar ik ben ook heel erg geïntereseerd in Japanse kunst, of Scandinavische, of … zoveel. Ik probeer niet te discrimineren. zo vind ik super gekende namen als Haacke, Kiefer, Serra de max, maar even de max zijn al die minder gekende namen die nu op dit moment in hun atelier zitten te zwoegen. Als ik die allemaal zou moeten opnoemen ...

HVC: Kan je je ook als niet-kunstenaar voorstellen?
TM: Er staat ‘semiotic architect’ op mijn kaartje en op mijn site. Zolang het propositionele kader bestaat waarin wat ik doe als kunst wordt bestempeld zal ik kunst blijven maken. Als het kader verdwijnt ga ik nog altijd blijven doen wat ik doe: ik bouw alleen maar tekens. Net zoals jij trouwens. Alleen benoemen we wat jij nu doet hier een interview afnemen of wat je in Kortrijk doet een tentoonstelling curateren. Wat op zich ook allemaal maar tekens zijn, sommige wat complexer dan andere, maar niettemin tekens.

HVC: Maar in tegenstelling tot sommige andere kunstenaars die ik interviewde zie jij wel een alternatief voor de kunst, bvb. puur in de semiotiek? Niet dat ik weet wat dat dan zou zijn.
TM: Neen, dat probeerde ik te zeggen. Ik heb geen alternatief meer, al even niet meer. This is it for me. Toen ik nog veel jonger was dacht ik dat taal de grootste vorm van abstraheren was, dat denk ik niet meer, ik denk dat kunst de eerste vorm van concretiseren is en de hoogste van abstraheren én die twee tegelijkertijd. Als je die smaak te pakken hebt laat ‘t je niet meer los. Ik kan nergens anders meer heen.

HVC: Is dat omdat je zoveel steun krijgt van je vriendin? Ik weet dat jullie het er vaak over hebben en afspraken maken. Ook financieel.
TM: Ja, zeker. Zonder Lies stond ik niet waar ik vandaag sta. Ik ben daar ook niet alleen in, veel kunstenaars zitten in die situatie. Maar ik mag die niet zo negatief tonen. Het is een onvoorstelbare luxe iemand naast je te hebben die even hard gelooft in wat je doet ook al brengt het geen cent op én die dan ook nog ‘s de rekening betaalt. Dat is een schuld die ik nooit meer kan terugbetalen.

HVC: Oh, wat romantisch!
Als afsluiter: wie hoop je te worden in de kunstwereld?
TM: Jawadde Hilde! … mezelf?

Hilde Van Canneyt, copyright 2013.

www.semiotic.tv

Thierry Mortier stelt tentoon:
Van 4 juli tot 18 augustus 2013 in de kunstwandeling “Kortrijk Vlaandert, van provincie naar provincie”. Openingsdag van 14 tot 20u. 
Speeches van burgemeester en Jan Hoet om 19u in de Budafabriek.




statcounter