Interview met Elke Andreas Boon

 Interview met Elke Andreas Boon, Luik, 16 dec 2010. 


Hilde Van Canneyt: We zijn hier in de kelder van de exporuimtes van het hedendaags kunstencentrum Les Brasseurs L’annexe, in Luik waar tot 22 januari 2011 je expo ‘PAPER-ROCK-SCISSORS' doorgaat.
We zien een grote video waarop een gevel van een schoolgebouw gefilmd wordt.
Elke Andreas Boon: Deze video heb ik in 2000 gemaakt. Je zou het als een still kunnen zien. Het camerastandpunt is heel laag en de voeten die in beeld komen zijn van iemand die touwtje springt. Telkens wanneer het touw de grond raakt, hoor je een zweepslag. Het belicht een beetje het strakke het nauwe stramien waarin je opgevoed wordt.


HVC: Gaat deze video over het keurslijf waarin we gedwongen worden? Het limiteren van vrijheid? Dat we op de duur bijna allemaal dezelfde mensen worden doordat het kuddegevoel omarmd word?
EAB: Zoiets. Onder de dwingende hand van de maatschappij moet je je weg vinden. Vroeger dacht ik dat ik dat moest ondergaan, nu probeer ik ertussen te glippen en het te ontwijken, dat is plezanter.


HVC: Ik herken hier een foto uit je reeks ‘Sisters’.
EAB: Deze foto sluit aan bij het werk ‘Rope’. Het zijn effectief zes zussen in uniform die in verwrongen - bijna spastische - houdingen staan. Het is een rebellerend beeld. In een gezin moet iedereen zijn plaatsje veroveren. Er heerst het idee dat je er niet kan van afwijken, dat je eigendom bent van je ouders en familie. Het is heel moeilijk om los van je familie te mogen komen, om ervan af te wijken. Ook in gezinsverband gelden wetten als: “De appel valt niet ver van de boom”, dat je het verlengde bent van je ouders en grootouders... , wat aanduidt dat je in een clan zit waarnaar je je moet gedragen. Er is weinig begrip voor mensen die hier niet voor kiezen.


HVC: Kan je iets vertellen over je zwart-witte reeks ‘Trains’?   
EAB: Ik wou vooral de nacht weergeven. De nacht heeft geen kleur meer, de contrasten zijn zeer zacht. In die onzichtbaarheid zit een andere gevoeligheid.

HVC: Heeft de nacht voor jou een andere dimensie dan de dag?
EAB: Absoluut. De mensen liggen in hun bed en dan lijkt de wereld leeg. Ik werk ook liever ’s nachts: ik word niet onderbroken, mails en telefoons houden je maar van je werk. Maar ik heb het vooral over de verlatenheid, de stilte, de afwezigheid, de kleur, … Ik heb dat toen in mijn toneelstuk ‘Honger’ geschreven: “De nacht is goed voor ons, we zijn alleen in de nacht. Het donker houdt de ogen weg, de kou de mensen.” Ik noem de nacht vooral een plaats voor concentratie. Het is ook een vrijplaats waar je je kunt concentreren.

HVC: Ik zie hier ook nachtelijke zeepieren, getrokken in de nacht.
EAB: Ik zie het als portretten van een pier. Een pier gaat naar de zee, je voelt er een openheid in, het begin van iets… ze zijn heel rustgevend. Het heeft ook iets tastbaars: het ruwe van het beton van de pier en het gladde van het water dat overgaat in het zwarte van de nacht. Je ziet de mens niet, maar je voelt er wel de sporen van.

HVC: Zie je zo’n nachtelijke foto dan als tegenwicht voor je foto’s waarin de menselijke figuur centraal staat?
EAB: Het gaat me om het raderwerk tussen mensen en dingen, de mens en de wereld.

HVC: Je laat je personages in je foto’s toch veelal rechtstreeks in de lens kijken?
EAB: Dat is in sommige van mijn werken zo, maar dat is zeker geen regel. Het gaat me ook om de interactie tussen de werken onderling en tussen het werk en de toeschouwer.

HVC: Al gaat het wel om kijken en bekeken worden, al doe je het niet bewust, dacht ik.
EAB: Daar speel ik wel mee, en dat doe ik bewust. Het brengt een soort relativering met zich mee, het haalt het werk uit een isolement. Wat ze in het theater ‘de glazen wand’ noemen.


HVC: Op naar je volgend werk: ‘De papieren speeltuin’. Wou je daarmee de wereld als speeltuin aantonen? Je kunt er ook tussen lopen. Is het bewust een interactieve installatie?
EAB: Deze installatie kan je beleven zoals je wilt. De speeltuin is van papier gemaakt, echt spelen kan dus niet. Ik wil de herinnering aan een speeltuin tot leven brengen. Ik wil mogelijkheden tonen, geen beperkingen.

HVC: Wou je daarmee het fragiele van het leven verbeelden?
EAB: Het gaat niet zozeer om het fragiele van het leven weergeven, maar meer om de vergankelijkheid van het materiele. Het gaat me ook om de beleving van de kijker, om de herkenning. Het is belangrijk dat het werk verder gaat dan de materie zelf. Verder dan de herinnering. Daarom zie ik ook de schaduwen op de muur als een verlengde van het werk.

HVC: Je werk gaat veelal over het ik en de ander. Wou je met deze papieren speeltuin de ontmoeting met de ander weergeven? Omdat kinderen er nogal gemakkelijk contact leggen met anderen.
EAB: Het gaat me meer over een soort beeld van de wereld dat ik namaak en waarin ik het zwaartepunt probeer te verleggen. Al is dat moeilijk te zeggen, want voor iedereen ligt het zwaartepunt – en dat is niet het ankerpunt - van het leven anders. Ik probeer misschien een zware rugzak uit te pakken en apart in pakjes te leggen.


HVC: In deze installatie zien we tussen de foto’s en video’s ook enkele fragiele tekeningen hangen.
Als je vanuit het niets op een wit blad begint te tekenen, wat wil je dan meestal uiten?
EAB: Ik wou in deze tekeningen ‘In paradise’ een soort warmte en koestering weergeven, alsof ze in de schaduw van het loof zitten. De vorm van de bladeren zijn uit de lichamen gespaard.


HVC: Je moet al heel dicht bij de tekening komen om te zien wat erop staat. Heb je je tekeningen bewust zo fragiel aangepakt?
EAB: Ik laat de tekening ontstaan uit verschillende lagen van witten, bijna geen kleuren, Ik zoek naar een puurheid – wat niet hetzelfde is als fragiliteit. Voor mij is de materie van mijn werk cruciaal: het licht van mijn video’s – de ene welbepaald op een scherm, de andere geprojecteerd – de foto’s zwart-wit of kleur, mat of net een bepaalde gradatie van glans, in net dat kader of zonder rand. Het geheel van materies in deze tentoonstelling is heel belangrijk. Ook de levende installatie ‘Wounded uniforms’ waarbij mensen de ‘gekwetste uniformen’ dragen en door de rest van de tentoonstelling lopen, en hun levende lichaam deel van het werk.

HVC: In de video ‘Me and my sister’ valt er een enorme spanning op tussen de zussen. Ik voel er ook een filmische sfeer van de jaren ’70 in. Daarnaast voel ik traagheid, stilte, aantrekken versus afstoten, persoonlijke ruimte, erotiek, …
EAB: Twee identieke vrouwen staan zeer dicht bij elkaar. Ze zijn een eeneiige tweeling. De ene vrouw rookt en blaast de sigarettenrook in het gezicht van de andere. Zij wil haar blik niet afwenden, ook niet wanneer haar ogen van irritatie tranen. Je voelt een soort strijd tussen zussen. De video is zwart-wit en heeft evenveel te maken met fotografie en materie. 




HVC: Ik zie hier ook borduurwerk hangen. Vanwaar het toch niet evidente idee borduursels in je beeldende kunst te verwerken?
EAB: Borduurwerk is zo oud als het bestaan van weefsel. Net zoals tekenen een manier is om dingen door te geven. Het is ook een soort bezinning. Iets langzaam maken, herstellen. Hier is ook weer de materie belangrijk, maar ook het aspect ‘tijd’ is aanwezig: de tijd die je de dingen geeft om te mogen ontstaan. Tijd als onderdeel en onderwerp van het werk. Je praat over het onderwerp ‘tijd’ om dat werk op die manier te brengen. Je geeft die tijd aan dat werk, maar je zegt ook: “Die tijd is algemeen nodig om dingen te doen ontstaan.” In contrast met de gehaaste wereld zijn die borduurwerkjes heel arbeidsintensief. En dan heb je ook het naaien en verzorgen van wonden, letterlijk het vlees herstellen en doen genezen.

HVC: Ergens lezen we op je borduursels: “I’m sorry for not being a good artist.”
EAB: In dit werk zijn die woorden in de eerste zin zo geborduurd, maar vanaf de tweede zin worden de woorden van plaats verwisseld, zodanig dat die zinnen een andere betekenis krijgen. Doordat we woorden van plaats verwisselen, bekijken we de dingen ook in een andere volgorde en wordt de betekenis ook iets anders.

HVC: We zien hier in je installatie ook de video ‘Playing dead’, waarin twee meisjes de trap afdalen en zich laten vallen.
EAB: Ze spelen om beurt een mogelijke interpretatie van ‘doodvallen’. Het belangrijkste in deze video is niet het doodvallen - want de verschillende manieren die ze telkens bedenken is eigenlijk grappig - maar het opstaan: zoals ook het leven telkens weer vallen en opstaan is. Maar in deze video gaat het nog eens gepaard met de nodige drama, glitter en glamour.

HVC: In je video ‘Liam’ zie je schoolgaande kinderen in een typische schoolgang. Op het eerste zicht lijkt alles rustig, tot plots alle kinderen hun keelgat openzetten. Ik vermoed ook hier weer een allusie op het opgesloten zijn en in een keurslijf gedwongen worden.
EAB: Inderdaad. Het letterlijk losbreken. Een ontlading. 




HVC: We zijn aan je ziekenboeg-installatie beland, waar een bed te zien is waarop een vleeskleurig gekwetst uniform ligt. Ook de hosts dragen een uniseks kledingstuk met borduursel.
EAB: In deze levende installatie heb ik op de kledingstukken van de hosts de littekens of wonden geborduurd met rode draad, parels en pailletten. Daarnaast verbinden ze de toeschouwers met verbanden naar keuze vanuit de ‘first aid kits’ uit de ‘Rags and bandages’-reeks. Die verbanden en watten zijn ‘bevuild’ met geborduurde bloedvlekken. In die verbanddoos vinden we ook kompressen tegen hartpijn of oplaaiende passies. Daarmee kunnen de toeschouwers hun wonden verlichten. Het werk ontstaat met de toeschouwer, de toeschouwer maakt het werk. De video ‘Headwound’ is ook een onmisbaar gegeven bij deze installatie. Een traag beeld waarbij één man borduursels aan het hoofdverband van een andere man naait. 


HVC: Heb je alle facetten van je werk aan bod kunnen laten komen op deze expo die drie verdiepingen besloeg?
Want ik ken je ook van je groep ‘Mary & Me’. Is muziek iets wat je expo helemaal had vervolledigd?
EAB: Ik heb muziek gecomponeerd voor de video ‘Wounded uniforms’ en afgewisseld met een pianostuk van Mendelssohn die hij voor zijn zus schreef. Ik had niet de noodzaak ‘Mary & Me’- wat je onder de noemer popmuziek zou kunnen plaatsen - in dit concept te integreren.

HVC: Heb je het gevoel dat wat je uitdrukt met je beeldende kunst, voor een ander publiek bestemd is dan de muziek die je met ‘Mary & Me’ maakt?
EAB: In mijn muziek heb je een andere gelaagdheid. Er is de tekst, de muziek, maar ook het ‘fungehalte’ dat met de groep ongelooflijk groot mag zijn. Ik doe er waar ik zin in heb. Er is een ander publiek voor pop dan voor beeldende kunst en daar ben ik zeer blij om.

HVC: Hoe vind je zelf dat je werk geëvolueerd is de laatste 20 jaar?
EAB: Ik ben er niet mee bezig of mijn werk nu relevant is voor 2010. Dingen van 20 jaar geleden kunnen even relevant zijn, denk ik, al vind ik dat moeilijk om te beoordelen. Als ik naar mijn oeuvre kijk kan ik wel een paar kernwerken opsommen die voor mij schakelpunten zijn. Ik denk dat mijn werk groeit in een verlengde, in een systeem. Laten we het erop houden dat mijn werk breder – misschien door de verschillende media die ik gebruik - maar toch meer uitgepuurd wordt.


HVC: Je hebt ook in museum Dhondt-Dhaenens in Deurle een expo in het verschiet.
EAB: Ik ben al een tijdje met Joost Declercq van MDD aan het praten over een mogelijk concept. Hij wou me uitdagen en me een stap buiten de evolutie van mijn werk laten maken. Volgens hem was de uiteindelijke uitdaging het zelfportret. Iets waar ik me tot nu nog nooit op heb geconcentreerd. Ik breng er tekeningen, foto’s en een papieren installatie. Ik wil er mijn verlangen tonen: mijn zelfportretten moeten geen afbeeldingen of prentje van mezelf zijn. Ik zie het als wroeten en zoeken naar wat ik altijd grijp, naar wat ik verlang, naar wat ik zoek en wat mij doet léven.

HVC: Wat doet je leven als ik zo indiscreet mag zijn?
EAB: Uitdaging en rebellie. Fascinatie voor leven. Uitdaging en koestering. Het verlangen!
Je moet zelf je leven beschermen en tegelijkertijd moet het leven je drijfveer zijn.
Of zoals Thomas Jefferson zei: "Wie veiligheid boven vrijheid verkiest, verdient geen van beiden".

HVC: Groot gelijk Elke.

Hilde Van Canneyt, Copyright 2010.

Elke Andreas Boon stelt tentoon:

Rock - Paper – Scissors
 nog tot 21/01/2011 in Les Brasseurs, Luik
Rue des Brasseurs, 6, 4000 Liège Tél:+32(0)4 221 41 91 Fax:+32(0)4 237 07 91 woe-zat: 14h-18h of op afspraak.

PICTURE THIS! ELKE ANDREAS BOON
16/01/2011 - 06/03/2011 MDD
Museumlaan 14
B-9831 Deurle
 T +32 (0)9-282 51 23


Mary&Me speelt op 26 januari in de schouwbug in Kortrijk



statcounter