Interview met Tamara Van San

-->

Gent, april 2010.

Ik tref kunstenares Tamara Van San (1982) in het S.M.A.K. te Gent bij haar installatie The Wandering Tuba Method in de Kunst NU-ruimte.


Hilde Van Canneyt: Wat zou een goede eerste vraag zijn die ik jou stel bij het zien van je sculptuur in het S.M.A.K.?
Tamara Van San: Misschien is vragen stellen wel helemaal niet nodig om een gesprek te voeren.

[maar Hilde gaat ongestoord verder met vragen] Je roze sculptuur lijkt zowel door de vorm als door de kleur te ontploffen in het gelaat van de bezoeker. Ik las dat het vooral met de vorm van je werk is dat je iets wil teweegbrengen bij de toeschouwer.
Tamara Van San: De vorm is het enige wat je kan zien, natuurlijk. Voor mij is de vorm daarom niet belangrijker dan de inhoud, maar het begint er wel mee.  


Meestal werk je vanuit je atelier, maar hier in het S.M.A.K. werkte je in de omgekeerde richting.
VS: Als het kan werk ik ter plaatse. Maar soms toon ik ook werk dat ik thuis heb gemaakt, natuurlijk. In de gangvormige ruimte die het S.M.A.K. mij ter beschikking stelt, zouden mijn kleine werken niet tot hun recht komen. Daarom sleepte ik heel wat spullen mee naar hier en trachtte ik mijn sculptuur vorm te geven vanuit de eigenschappen van de ruimte. Allereerst heb ik de verlichting in de ruimte laten vervangen, die was veel te geel. Nu zijn er neons met daglicht geplaatst. Ik wilde ook een rond gat maken in de muur, om echt daglicht te krijgen, zoals in een kerk, maar dat kon niet. Deze installatie had ik al eens getest in Netwerk in Aalst. Op die manier kon ik mij alvast wat voorbereiden op de kleuren en vormen die ik hier wou gebruiken.


Ben je over beide sculpturen even tevreden?
VS: De sculptuur in het S.M.A.K. is het best gelukt. Over mijn werk in Zwalm deze zomer - dat was een sculptuur met zwarte nylon - was ik ook best tevreden. Over mijn installatie in het Middelheim park te Antwerpen waar ik allemaal verschillende kleuren gebruikte, was ik achteraf gezien minder tevreden omdat het niet zo goed werkte.



Je hebt dit werk The Wandering Tuba Method genoemd. Hoe kwam je daarbij?
Ik had die titel al langer in mijn hoofd en ik vond dat hij wel bij dit werk paste. Het komt overeen met de manier waarop je een bepaald instrument kan manipuleren om er klank uit te krijgen die dan weer bepaalde gevoelens oproept. Ik wilde een klank een beeld geven. In de beeldende kunst wordt vaak verwacht dat je een vorm verklaart aan de hand van veel verscheidene zaken, maar in muziek gebeurt dat veel minder. Een muziekstuk kan een trieste of gelukkige stemming teweegbrengen en dat wou ik proberen met deze sculptuur. Als een kunstwerk niet op zich kan staan zonder bijbehorende tekst, dan kunnen ze voor mijn part even goed een boek gaan schrijven. 

Dus een kunstwerk moet op het gevoel goed of slecht zijn?
VS: Inderdaad. 

Had jij op jonge leeftijd al artistieke dromen?
Ik weet nog dat ik astronaut wilde worden. Ik herinner me ook nog wel dat ik in boeken altijd liever naar de prentjes keek dan de tekst te lezen. En in het middelbaar ben ik overgestapt naar het kunsthumaniora. Daar kwam ik in aanraking met toegepaste kunstvormen zoals typografie. Daarna heb ik voor de opleiding beeldhouwkunst aan het Sint-Lucas in Antwerpen gekozen, maar dat klassieke boetseren naar model enzo vond ik niet boeiend.  

Vond je na je afstuderen onmiddellijk je draai? Omdat de overgang van een opleiding mét opdrachten naar een leeg nieuw atelier wel groot kan zijn. Dan moet hét beginnen.
Ik ben altijd blijven werken. Zelfs toen ik het eerste jaar na mijn studies geen atelier had, bleef ik tekenen en plannen maken. 

En volgde je in die periode de kunst op?
De kunst opvolgen? Wat wil je daarmee zeggen? Op een bepaalde manier wel natuurlijk, maar ik ga nog altijd niet graag naar vernissages. Ik heb nog altijd de indruk dat veel mensen daar voornamelijk belanden om hun gezicht te laten zien en zich een stuk in hun voeten te drinken. Verder lijkt het mij onmogelijk om de werken volledig op te nemen, omdat er te veel volk in de weg loopt om het geëxposeerde werk te kunnen aanschouwen. Daarvoor is dat werk ook niet gemaakt. Als ik dan toch eens op een nocturne beland, heb ik dus meestal alles binnen een half uur half gezien en maak ik me snel weer uit de voeten. 
Het is je in je werk ook niet te doen om een tijdsmoment te vatten of een reconstructie van geziene beelden weer te geven.
Dat klopt. Ik kan mij moeilijk inbeelden dat ik bijvoorbeeld vijf jaar geleden in mijn oma haar tuin mooie bloemen en een een pinguïn gezien heb en dat nu eens zou willen omvormen naar een sculptuur.  Al kan het wel altijd zijn dat bepaalde beelden uit mijn eigen verleden zoiets voortbrengen, maar ik denk daar niet specifiek over na. 

Ga je in dialoog met werken uit de kunstgeschiedenis?
Op een manier hang je daar wel aan vast, het is ook onmogelijk om je er van los te koppelen.  


Ik las ook ergens dat je anti-conceptueel werk wil maken.
Natuurlijk. Al die blabla is niet nodig en het ding dat je ziet moet gewoon goed zijn als je het ziet, zonder boekje of tekst of de kunstenaar die moet vertellen waar het allemaal over gaat om 'dat ding' maar te verduidelijken. 

Wat is de rode draad doorheen jouw werk?
De poging mooie sculpturen en mooie tentoonstellingen te maken. 

Jij ziet een expo niet als een eindpunt om daarna terug te beginnen? Je ziet dat niet als afgesloten hoofdstukken of reeksen, zoals schilders dat wel eens plegen te doen?
Ik werk niet rond een hoofdstuk dat ik afsluit, eigenlijk brei ik altijd verder. Wat niet wil zeggen dat mijn werken per tentoonstelling niet op zich staan. 

Wat is voor jou een ideale tentoonstelling?
Ik heb eigenlijk nog nooit de perfectie gezien, noch bij mijzelf noch bij een ander. Zelfs bij een concert heb ik ook wel altijd iets aan te merken. Als alles perfect zou zijn en ik er niets meer aan toe te voegen zou hebben, dan zou het geen zin meer hebben om er verder aan te werken. Dan kan ik even goed op pensioen gaan.  


Moet jouw werk voor iedereen begrijpelijk zijn?
Eigenlijk niet. Uiteindelijk doet het er ook niet toe of mijn werk ten volle begrepen wordt. Hoe minder dat je het verstaat, hoe beter zelfs.  

Welke kracht drijft jou telkens verder vooruit? Want uiteindelijk ga je telkens weer op een podium staan.
Ik vind het wel niet van belang of ik op een podium geplaatst word, want uiteindelijk vind ik dat het werk moet los staan van de kunstenaar. Daarom vind ik het ook niet belangrijk dat ik op mijn opening aanwezig ben, ik zou daar moeten van losgekoppeld worden. Tenminste, zo zou ik dat willen. 

Werk je vanuit een bepaalde geldingsdrang?
Op een manier wel. Als mensen mijn werk goed vinden, ben ik toch altijd weer een beetje blij. 

Wat zou je doen als je geen kunstenaar was?
Soms denk ik wel eens dat ik beter alles zou neergooien en bijvoorbeeld secretaresse worden, maar gelukkig gebeurt dat niet vaak. 

Werk jij in je atelier in een soort roes met een eigen wereldje dat je aan het creëren bent?
Een roes zou ik het niet noemen. Maar als ik mij eenmaal vastgepind heb op iets, werk ik daar ook in één ruk aan door. Ik woon ook vlak naast mijn atelier.  

Je staat op, drinkt je koffie en je gaat naar je atelier…
Zoiets. Naast mijn atelierwerk heb ik ook geen andere job, ik geef bijvoorbeeld geen les. 

Schrikt hele dagen in je ukki werken je niet af?
Werken doe je toch vaak alleen? Bijna iedereen werkt toch? Ik ben niet bang om alleen in mijn atelier te zitten. Als mij dat dan toch even te veel wordt, rommel ik wat met foto's op mijn computer of maak ik een dossier op of drink ik eens een koffie met iemand. 

Ben jij iemand die graag onder de druk van een deadline werkt?
Ik sta bij die tijdsdruk niet echt stil. Ik blijf gewoon altijd doorwerken, zo heb ik altijd wel iets om te tonen. Sinds kort houdt het me wel bezig dat ik dringend een nieuwe plek wil vinden om mijn laatste werken te tonen, want momenteel heb ik veel werk in mijn atelier dat nog nooit tentoongesteld is.  

Wie mag zich in jouw ogen het woord ‘kunstenaar’ aanmeten?
Op zich vind ik dat ook al een moeilijk woord, omdat het een autoritair karakter heeft. Ik kan ook niet onmiddellijk namen noemen van goede kunstenaars, omdat ik bij wel honderd kunstenaars een stukje mooi vind. Ik heb geen favorieten waarbij ik alles goed vind. 

Er is toch een kunstwerk dat je enorm aangrijpt?
Van Eva Hesse zijn er wel werken die me aanspreken, zij wordt ook vaak gelieerd aan mijn werk. En Picasso heeft ook een gipsen afdruk van een prop papier gemaakt die ik heel mooi vind. 

Vind je jezelf een goed kunstenaar?
Ik doe gewoon wat ik doe en wat ik kan en probeer daar het beste van te maken. 

Wat is de plaats van de kunstenaar anno 2010?
Dat is een rare vraag… 


Ik wil gewoon weten waarom je je leven geeft voor de kunst, want het is waarschijnlijk niet elke dag feest in je atelier?
Ik kan hier echt niet op antwoorden, Hilde. 

En maak je kunst om de wereld voor anderen mooier te maken?
Nee, niet onmiddellijk. Ik vind niet dat ik per se iets moet maken dat mooi is. 

Haalt kunst de chaos uit je hoofd weg?
Ik heb geen chaos in mijn hoofd. Ik zie het maken van kunst ook niet als een therapeutisch hulpmiddel, het is eerder het gevolg van een drang. 

Heb je nood aan een klankbord? Want in je atelier weet je zelf toch niet altijd of je goed bezig bent?
Neen, ik heb geen klankbord nodig. Ik laat mijn werk meestal even liggen en dan begin ik er na verloop van tijd zelf iets in te zien. Ik weet wanneer iets goed is. Het is alleen moeilijk het te maken, vooral omdat je dingen zoekt die nog niet bestaan. 

In welke val mag een kunstenaar niet trappen? Ben jij bang bijvoorbeeld voor herhaling in je werk?
Ik heb geen raad voor andere kunstenaars. Herhaling kan geen kwaad. Zelfs al begin je opnieuw met hetzelfde, het eindresultaat zal altijd anders zijn. 

Zou de kunstwereld er zonder Tamara Van San anders uitzien?
Je kan alleen maar hopen dat iemand er iets aan heeft… Wat anders? 

Je installaties zijn niet blijvend en hebben geen hoge houdbaarheidsdatum…
Toch wel. Er bestaan al vijftig jaar sculpturen van polyurethaanschuim. En verder is geen enkel kunstwerk eeuwig. Alles vergaat. 

Beleef je je eigen droom?
Ik ben wel blij dat ik mijn eigen leven uitbouw, maar het kunstenaarsschap is allesbehalve romantisch. Ik zie dit als een job zoals er loodgieters zijn. Natuurlijk heb ik iets minder verantwoording af te leggen, maar het blijft voor mij grotendeels hetzelfde. 

Met jouw werklust denk ik dat je ons de komende jaren nog veel zal te vertellen hebben.
Het zullen toch eerder mijn kunstwerken zijn die voor zichelf zullen spreken. 

Ik ben er benieuwd naar.


Hilde Van Canneyt. Copyright 2010. Met dank aan Croxhapox en Hans Theys.

http://tamaravansan.com/
www.hanstheys.be/artists/tamara_van_san



Tamara Van San stelt haar installatie tentoon in het S.M.A.K. te Gent tot 18 april 2010. Citadelpark, 9000 Gent.


http://www.smak.be/







statcounter