Interview met Guy Rombouts

Interview met Guy Rombouts (1949), Antwerpen, 2 juli 2009.















Guy Rombouts (°1949) stamt uit een familie van drie generaties drukkers. Na zijn opleiding als typograaf legt hij zich vooral toe op de beeldende kunst. Zijn fascinatie voor de taal blijft echter een constante in zijn leven en werk. Vanuit zijn vaststelling dat het Latijns alfabet uit louter abstracte lettertekens bestaat, ontwikkelt hij het Rombouts alfabet. In 1984 krijgt dit definitief gestalte onder de benaming Azart alfabet, dat hij gebruikte bij het vervaardigen van een hele reeks werken.
Guy Rombouts heeft me uitgenodigd in zijn huis – of is het nu atelier? - in de buurt van het Antwerpse Zuid. Van boven tot onder is zijn huis omgedoopt tot werkplaats, opslagplaats en tentoonstellingsruimte. Zelfs in de gezellige, overwoekerende tuin kan je niet ontkomen aan Guys behoefte omgeven te zijn door zijn kunst of voorwerpen om een kunstwerk mee te maken. Want elk voorwerp dat geen kunst is, kan een uur later, samengevoegd met andere voorwerpen, wel kunst worden. Het weer is ons goedgezind, dus nestelen we ons gezellig in de tuin voor een gesprek.

Hilde Van Canneyt: De naam Azart is een oude schrijfwijze van het Franse woord ‘hasard’, wat toeval betekent. Het betekent ook AZ - art, kunst van A tot Z. Wat frustreerde je in het gewone alfabet dat je tot een eigen alfabet gedwongen werd?
Guy Rombouts:
De vanzelfsprekendheid waarmee iedereen aanneemt dat bijvoorbeeld een a op deze manier geschreven wordt, stoorde me al van kleins af. Voor mij is dat absoluut niet voor de hand liggend. Ook de rechtlijnigheid van de meeste teksten vertekent ons beeld van de werkelijkheid . De structuur van de wereld is niet lineair.

 
















Zat er te weinig klank en kleur in het gewone alfabet? Vond je het te abstract?
Rombouts: Het is natuurlijk iets praktisch, maar als je de werkelijkheid naast onze gewone letters zet, zijn die letters en tekentjes wel pover. Al zijn er in typografische vorm wel prachtige alfabetten gemaakt. Het is moeilijk om over taal te spreken, het lijkt alsof je jezelf uit het moeras wilt trekken, zoals Münchhausen dat deed. Hij zakte met zijn paard in het moeras en trok zich aan zijn haardos omhoog om zichzelf en zijn paard te redden . Het is ook moeilijk afstand te nemen van taal, want normaal als je over iets spreekt, kan je het van alle kanten bekijken en er vragen over stellen. Maar terwijl we de taal aan het objectiveren zijn, zijn we ze aan het gebruiken, waardoor ze gemakkelijk verzandt in gezwam. Ik heb veel over taal gelezen, zoals Barthes, Belcampo, Themerson. Dat heeft me serieus geholpen.

Kan je je nog de dag herinneren waarop je dacht: Ik ben het beu, nu maak ik een ander eigen alfabet?
Rombouts: Dat is een heel langzaam proces geweest. Zo heb ik eens de hele Dikke Vandale gelezen, waarbij ik op zoek ging naar alle drieletterwoorden. Deze heb ik dan samengebracht in het Nieuw Nederlands Drieletterwoordenboek. Daarbij mocht ik ook de werkwoorden in de eerste persoon enkelvoud niet vergeten.

Waarom vond je dat je zo’n drieletterwoordenboek moest maken?
Rombouts:
Ik zag dat manuscript als een kader om binnen te werken.

Zag je dat dan als woordkunst of beeldende kunst?
Rombouts: In zekere zin als beeldende kunst, want die drieletterwoorden onder elkaar geven een heel strakke lijn weer. Het Engelse woord ‘I’ (ik), waar veel mensen zich mee vereenzelvigen. Ik zie patronen van taaltekens ook als beeldende kunst. Het woord ‘wolk’ is voor mij een abstract schilderij van een echte wolk.

Ik las ergens dat je taal ziet als gebaren, grammatica, tekens, symbolen, ideeën, meningen en gedachten… en dat je vindt dat dit te weinig aan bod komt in het gewone alfabet.
Rombouts:
Tja, al vind ik dat wel eenvoudig uitgelegd.

 




















Ok, laat ik het dan anders vragen: Hoe verwoord je aan een wildvreemde wat je maakt?
Rombouts: Dan zeg ik dat er een alfabet bestaat waar elk woord een gesloten vorm, een eiland wordt. De laatste letter van het woord raakt de eerste letter van het woord dat er op volgt. Iedere letter is een snijpuntloze lijn waarvan de eerste letter van de naam gelijk is aan de klankwaarde van de letter. Zoals in het Fenicisch hebben de namen van de letters nog een betekenis : a is van aleph, b van beth, enz. Ik haal hier een voorbeeld aan: bij de ‘v’ staat hier ‘veelgloob’. Dit komt uit de heraldiek. Ik heb geprobeerd altijd omgangstaal te gebruiken, maar dan kreeg ik het alfabet niet rond.
Op mijn website wordt het Azart interactief, je typt een woord en dat woord wordt dan ‘ge-azart’. (http://www.azart.be/, echt de moeite waard!) Ik zie die website als een manier om propaganda te maken voor mijn alfabet. Dit is mechanisch natuurlijk, de parameters staan vast. Handschrift geeft veel meer vrijheid en blijheid. Het wordt soms mogelijk om de dingen het silhouet te geven van hun vorm. Vork, lepel en mes lukken wonderwel.

Tot op de dag van vandaag ben je bezig met je Azart alfabet. Is dat iets dat samen met de hedendaagse beeldende kunst evolueert?
Rombouts: De tekens staan vast, maar mijn handschrift zal in de loop der jaren wel veranderd zijn.

Is het jouw ultieme droom te kunnen communiceren in je eigen taal?
Rombouts:
(twijfelt) Nee, niet echt. Het gaat er mij vooral om, die vanzelfsprekendheid weg te werken. Ik zoek en ik denk nog, maar voorlopig is dit mijn uitkomst. Ik dacht dat ik na drie jaar in de kunstwereld vertoeft te hebben, alles wel zou gezegd hebben, maar kijk, ik hang hier op mijn zestigste nog altijd rond (lacht).

Kan je het alfabet vergelijken met het Chinees of Japans?
Rombouts: Chinezen en Japanners zien het wel graag. Ook in de Arabische cultuur vinden ze het sympathiek en charmant dat een Belg daarmee bezig is. Het alfabet is ook vertaald in het Engels, Spaans, Duits en Frans. Het was niet altijd evident om equivalenten te vinden. De ‘k’ in het Nederlands is ‘kanteel’. In het Engels moest er ook een woord gevonden worden dat met een ‘k’ begon, en dat is ‘key pattern’ geworden.

Ik las dat je de grens wou vervagen tussen taal en kunst en ook Marcel Broodthaers heeft een grote invloed op je gehad.
Rombouts: Een dichter die een jaar zit te zwoegen op een gedicht! Financieel is dat toch niet te doen? Tegenover een schilderij maken… Ik snap dat allemaal niet goed. Ik vind het erg dat het werk van dichters en schrijvers niet wordt gehonoreerd, of veel minder dan bij beeldende kunstenaars.

 




















Heb jij je kost kunnen verdienen met je Azart alfabet?
Rombouts:
Ik heb weinig nodig, ik leef van de hemelse dauw (lacht). Tot mijn dertigste heb ik het kunstenaarschap gecombineerd met werken in de drukkerij. We hebben verschillende opdrachten gehad waarin we ons alfabet konden verwerken. Zo hebben we in Amsterdam, op het Java eiland, negen woordbruggen geconstrueerd in het Azart. We hebben ook een vlekkententoonstelling in Berlijn, een lettertuin, en een bloemenalfabet gemaakt. In Geel groeit er een fruitbomenalfabet. Er zijn 26 alcoholische dranken geweest met de volgende morgen verscheidene katers (glimlacht).

In Zeno X heb je eens een expo met 1001 voorwerpen tentoongesteld.
Rombouts:
Dat was nog voor het Azart bestond. Het was een verzameling van 1001 voorwerpen van 18 frank, alfabetisch gerangschikt in hun respectievelijke lettervorm. Een zak zuurtjes lag dan bij de ‘z’.

Je hebt al bij verschillende galerijen vertoefd, werkt zo’n galerij motiverend voor jou?
Rombouts:
Ik geloof van wel. Ik ben sowieso elke dag bezig met mijn kunst, maar een expo stimuleert me wel om ideeën uit te werken die enkel schetsmatig op papier bestaan. We zijn ook lang bezig geweest met in-situ werk. Als de overheid iets bouwt, moet ze één procent aan kunst geven. Zo hebben wij veel opdrachten gekregen, zoals de windwijzers op het provinciegebouw in Leuven en (het werkwoord) ‘RENCONTRER’ (‘ONTMOETEN’) voor het ministerie van onderwijs in Brussel.

Wat wilden jullie vertellen en wie wilden jullie bereiken met die Azart constructies?
Rombouts:
Marcel Duchamp heeft dat goed geformuleerd: “Vijftig procent is voor de kunstenaar, vijftig procent is voor de toeschouwers.” We doen ons best om het zo esthetisch mogelijk te maken, zodat het aangenaam is om naar te kijken en er mee te leven valt.

Je bent ervan overtuigd dat kunst mooi mag zijn en dat kunst de wereld verbetert?
Rombouts:
Dat weet ik allemaal niet hoor (lacht), maar ik ben inderdaad liever bezig met mooie dan met lelijke dingen.

In je interview met Hans Theys las ik: “Woorden zijn betekeniscontainers, het zijn dozen of blikken die je kan vullen met je eigen geschiedenis”.
Rombouts: Dat ís ook letterlijk zo. Iedereen gebruikt dezelfde woorden, maar iedereen legt er een ander gevoel in, geeft er zijn eigen betekenissen en interpretaties aan. Daarom zijn die emoticons in mails of sms zo populair.

Schilder Werner Mannaerts schildert aan het einde van zijn schilderssessie altijd een woord op zijn doek. Vind je dat zo’n woord het beeld van het schilderij versterkt?
Rombouts:
Alle middelen zijn goed om uit te leggen wat je wilt vertellen.

Wat vind je van titels die aan een kunstwerk gegeven worden?
Rombouts:
Ik heb het er moeilijk mee, want het stuurt de mensen in een bepaalde richting hoe ze naar dat kunstwerk moeten kijken. Maar uiteindelijk zijn er geen regels in de kunst, alles kan en alles mag.

Maar in je alfabet zijn er wel regels, het lijkt net een soort afgebakende kunst.
Rombouts:
Juist gezien, en ik moet dringend eens een boekje maken mét die regels, want dat is er nog niet.

Vind je dat de jonge kunstenaars van nu anders in het ‘kunstleven’ staan dan jullie toen?
Rombouts:
Ik heb het gevoel dat ze nu serieuzer zijn. Toen wij jong waren was dat een kleine eenzame wereld. In Antwerpen had je bijna alleen de Wide White Space. Nu zijn er talrijke platformen. Het is ook ongelooflijk hoeveel talent er nu rondloopt, al zal dat wel zijn doordat er op scholen ook meegegeven wordt hoe je je in de kunstwereld moet profileren. Toch maakt de crisis me wat bang. Sommige jonge kunstenaars boomen waardoor hun prijzen pijlsnel de lucht in vliegen. Ik vind dat niet gezond. Ik hou mijn hart vast hoe dat zal evolueren.

In september heb je een tentoonstelling bij Annie Gentils. Weet je al wat je ons wil vertellen en hoe je dat zal tonen?
Rombouts:
Eerlijk gezegd niet. Ik krijg de sleutel van Annie Gentils en heb twee maanden om mijn expo daar voor te bereiden. Ik voel dat ik veel wil tonen, maar dat zal zoals gewoonlijk organisch groeien.

Zal je expo betrekking hebben op het Azart alfabet?
Rombouts:
Ik denk vooral op het mysterie van het leven. Het moet voor de bezoeker de verplaatsing naar de galerij waard zijn hé. De mensen mogen zich niet bekocht voelen.

 












Je woonkamer ligt vol met kleine objecten en prularia.
Rombouts: Wat je hier ziet is mijn palet. In plaats van schildertubekes zijn het kleine objecten die ik verplaats en samenvoeg, zonder lijm, want daar werk ik niet graag mee. Mijn fascinatie voor objecten en de materiële wereld is er altijd wel geweest. Ik hou enorm van hout, ijzer, glas, en metaal, maar géén plastic voor mij! Over mijn overvolle woonkamer gesproken, eigenlijk hou ik van lege kamers. Om het in evenwicht te houden zorg ik dat er in mijn kopke een kamertje leeg blijft, anders hou je dat niet vol. Ik ben ook veel met mystiek en esoterie bezig geweest. Dat blijft me inspireren.

Hou je meer van hedendaagse of van ‘oude’ kunst?
Rombouts:
Ik zie geen scheiding, ik kan evengoed aangesproken worden door een Mesopotanische granieten eend als door iets van nu. Dat is voor mij één pot nat. Het handige bij hedendaagse kunst is dat de meesten nog leven, dus kan je er nog mee praten als hun kunst niet overkomt.

Kunst is al een taal op zich, het praten en lezen over kunst vind ik geen onbelangrijk gegeven.
Rombouts:
Sommige verzamelaars willen niet met de kunstenaar in contact komen, ik snap dat niet goed. Als je van iets houdt en je vindt iets goed, wil je daar toch zoveel mogelijk over te weten komen? Al besef ik ook dat niet alle kunstenaars kúnnen communiceren over hun werk.

Is dat niet typisch aan beeldende kunstenaars dat ze het net niet met woorden kunnen uitleggen, met sterke beelden tot gevolg?
Rombouts:
Zeker! Maar sommige kunstenaars hangen ook graag de mysterieuze uit. De markt heeft dat blijkbaar graag.

Herinner je je nog je eerste museumbezoek?
Rombouts:
De plaats waar ik getogen ben, zag ik als een museum en nog voor ik kon stappen was ik al bezig met dingetjes in dozekes te doen. Dan las ik Spinoza, dat was al dichtbij. Later ben ik woorden voor dat gevoel tegengekomen: panpsychisme en hylozoisme. Heel de materiële wereld leeft en heeft een bewustzijn. Mijn vader moest er altijd om lachen en vond me even ‘zot’ als onze buren, want wij woonden in Geel, waar al die psychiatrische patiënten in gezinnen verbleven.

 












Ach, bij de meeste kunstenaars is er wel een gezonde hoek af. Welk kunstwerk blijft je van je sokken blazen?
Rombouts:
Ik ben nog altijd niet goed van ‘De intrede van Christus’, dat hier om de hoek in het museum hing en nu in het Gettymuseum in Los Angeles hangt. We hebben dat laten schieten. Stom! Ik loop ook graag binnen bij Maeyer-Vandenberg, een mecenas die zijn huis én inboedel aan de stad heeft geschonken. Daar hangt de ‘Dulle Griet’ van Pieter Breughel De Oude. Ik wandel ook graag het Plantijnmuseum binnen.

Voor wie of wat blijf je kunst maken? Waaruit haal je de meeste voldoening?
Rombouts:
Het gebeurt soms dat mensen echt ontroerd zijn door mijn werk, ook mensen die niks van kunst kennen. Wel daar doe je het voor. Je wilt mensen pákken.

Je ziet jezelf niet op een andere manier de mensen raken?
Rombouts:
Soms kruip ik ook even op een podium maar dat slorpt zoveel energie op dat ik daarna een week moet uitrusten (ondertussen bezig met een waterpijp, red). Dit is een experiment: ik wil weten of ik met cannabis losser kom tijdens een interview, misschien dat ik dan als psychonaut beter kan vertellen. Trouwens, er is in alle culturen een link tussen kunst maken en het gebruik van psychotrope middelen.

Hoe zou het komen dat zoveel kunstenaars bewustzijnsveranderende middelen gebruiken?
Rombouts:
Mensen zoals Simon Vinkenoog en Terence Mc Kenna hebben daar zinnige dingen over te zeggen. Het gaat over het gevoel dat we allemaal zwervers zijn op een mysterieuze , prachtige bol en dat koffie en andere, straffere, planten ons kunnen helpen om ons daar bewust van te worden. Onze overheden zeggen: “Blijf van alles af!” Maar verbieden is geen oplossing, opvoeding wel.

Wat leert kunst jou bij?
Rombouts:
Voor mij is het een reden om net géén zelfmoord te plegen, denk ik. Het gevoel van héél alleen in het universum te zitten is nogal ontmoedigend. Door geestverwanten te ontmoeten wordt er een riem onder het hart gestoken en kan je weer meedraaien. Het wonderlijke aan kunst is dat die gelijkaardige gevoelens en gedachten evengoed gedeeld kunnen worden met iemand die hier zesentwintig eeuwen geleden rondgewandeld heeft.

Hierover vraag ik mijn kunstenaarsvrienden uit Gent tot vervelens toe uit: word je net niet gek van hele dagen in je gesloten wereld kunst te zitten maken en rondjes te draaien in je hoofd?
Rombouts:
Inderdaad! Maar kunst maken is bijna denken met de handen. Al gebeurt het dat je soms heel euforisch wordt als iets gelukt is. Doorgaans werkt ook het gelukkige toeval. Dat komt er niet als je niks doet, pas als je bezig bent gebeuren er soms dingen. Dan worden de rondjes zulke grote cirkels zodat je het gevoel hebt dat je immer geradeaus een snelweg afraast. Het is echter wel een kortzichtige misvatting om een klein stuk van een cirkelboog voor een rechte lijn te houden. Bijna alle processen zij cyclisch.

Gaat het om die arbeidsethos die je jezelf blijft opleggen? Wat zou je kiezen: drie dagen atelier of drie dagen in het Louvre rondwandelen?
Rombouts:
Het Louvre en het atelier zitten in mijn hoofd, dus kan ik evengoed naar de nieuwe golven gaan kijken. Ik kom wel graag in musea met vensters naar de buitenwereld zodat je het contrast ziet met de wegwerpmaatschappij. Als ik langs afgedankte dingen passeer, voel ik soms een stemmetje dat van daaruit roept: “Red mij, red mij!” Maar eigenlijk snap ik niks van het leven, zoals gezegd is dat voor mij echt een mysterie.

Bizar, ik hecht net weinig waarde aan het materiële, aan objecten.
Rombouts:
Wij zijn dus andere mensentypes. Wij vullen woorden helemaal anders in als wij met elkaar zitten te babbelen. Voor jou heeft het woord ‘object’ een heel andere inhoud dan voor mij. Voor mij zijn het materiële en het geestelijke helemaal met elkaar verweven.

 




















Ondertussen zijn we in de woonkamer annex atelier beland en toont hij me een tweede ruimte die ooit atelier was, maar nu ‘dichtgegroeid’ is, zoals hij het zelf zegt. Rombauts begint spontaan te knutselen met rondslingerende prullaria die her en der verspreid liggen.

Als je hier een dag niet gerommeld hebt, voel je je niet goed?
Rombouts:
De laatste tijd is er een tendens om deze ruimtes links te laten liggen en te gaan flaneren op het web: héél inspirerend.

Heb je een eigen archief?
Rombouts:
Daar moet ik dringend aan werken. Er zou een boek moeten komen met een chronologisch overzicht van mijn werk. Maar zoals je doorheen het interview al gemerkt hebt, is zelfdiscipline is niet echt mijn sterkste kant.

Euh… moet ik dat echt beamen?


Hilde Van Canneyt, Copyright 2009.Met dank aan croxhapox.

http://www.azart.be/
http://www.anniegentilsgalery.com/

Guy Rombouts stelt tentoon van 11 september tot 17 oktober in de Annie Gentils Galerij in Antwerpen. Opening do om 18u. Optreden met Guy Rombouts om 21u. Peter Benoitstraat 40, Antwerpen.

statcounter