Interview met Adriaan Verwée

Gent, 10 januari 2009.

De uitgewerkte installaties van Adriaan Verwée (1975) laten ons nooit onberoerd achter. Daarnaast is hij nog een begenadigd klarinetspeler in de Va Fan Fahre, maar dat is ‘stuff’ voor een ander interview. Wederom door de kou word ik door de kunstenaar uit zijn atelier gemeden en krijg ik bij hem thuis een heerlijke spaghetti voorgeschoteld in het gezelschap van zijn vriendin en schattige dochter. Terwijl ik de pot winegums plunder, vertelt Adriaan zijn wel en wee als kunstenaar.

Hoi Adriaan, we kennen je zowel als beeldend kunstenaar en als jazzmuzikant. Je hebt dan ook beeldhouwkunst gestudeerd en even op het conservatorium vertoefd. Hoe zijn die twee kunstkriebels met elkaar verweven?
Adriaan Verwée: Ik etaleer eigenlijk nooit dat ik de twee combineer. Het is heel organisch gegroeid. Die twee kunstvormen zijn gewoon een andere manier van expressie. Muziek is veel directer dan sculpturen maken, ook ontspannender.

Eén kunstvorm zou dus iets te eenzijdig zijn?
Verwée: Nee, het zou alleen makkelijker zijn. Het is een keuze die me al jaren achtervolgt. Je mag ook geen keuzes forceren, soms wou ik dat ik me kon opsplitsen. Mensen verwachten ook blijkbaar dat je voor één ding kiest en als ik moet kiezen, kies ik voor mijn sculpturen. Maar dan zou ik wel iets missen.

Ben je van thuis uit beïnvloed voor het ene of voor het andere?
Verwée: Mijn vader was muzikant, dus muziek was een evidentie. Maar ik ben opgegroeid aan het Citadelpark, het was letterlijk mijn speeltuin en ik wandelde als kind veel door het Museum voor Schone Kunsten. Zo herinner ik mij nog De Zeppelin van Panamarenko in de Floraliënhal die daar in ’82 voor het eerst werd geëxposeerd.

In 2005 toonde je ons de installatie 'The final speech' in kunstencentrum croxhapox, gebaseerd op de film 'The great dictator' van Charlie Chaplin. Hoe ben je tot die installatie gekomen?
Verwée: Met 'the final speech' wou ik aansnijden hoe geschiedenis een onbestendig gegeven is. Iets dat met zijn tijd mee verandert. Het uitgangspunt van de installatie waren een aantal woorden die Chaplin neerpende in een notitieboek als voorbereiding van de speech in de film the great dictator. De woorden -Reason, beauty, kindness, happiness, adventure en freedom- werden als een video animatie afgespeeld op een podium.
De toeschouwer kon deze hanteren om diens eigen speech te maken. Aan die installatie was ook een bar verbonden om de spreker in de juiste stemming te brengen. Boven de bar speelde een video animatie ‘The Set’ die is gebaseerd op origineel 8mm 'footage' van de ghetto. Ik reproduceerde net dezelfde shot maar verwijderde alle acteurs, enkel de camera  en enkele 'props' bleven achter. De set was leeg.

Waarom vond je dat leeg decor zo belangrijk?
Verwée: Misschien door de link met de geschiedenis. Als je de mensen uit de geschiedenis neemt, zie je ook alleen nog maar de objecten.

Heeft dat ook te maken met de setting van het echte leven? Dat die ook niet altijd klopt?
Verwéé: Misschien. Decor en settings zijn inderdaad een terugkerend thema in mijn werk. Mijn installaties zie ik als een sculptuur waarin ik de toeschouwers wil doen wandelen.

Heb je deze installatie The final speech gemaakt om de mensen te doen nadenken?
Verwée: Ja en nee. Mensen mogen nadenken en het is ook tof als ze dat doen.

Laten we je installatie van 2007 bespreken waarvan ik helemaal onder de indruk was: Black helicopter, mutilated cows and the counsel on foreign relations. Deze installatie gaat ook over de kracht van de mythe. In 2006 had je in de US allemaal kadavers van koeien waarvan gedacht werd dat die veroorzaakt werden door zwarte helikopters. Hoe ben je daartoe gekomen?
Verwée: Ik had gehoord dat het originele beeldmateriaal van de maanlanding verdwenen was. Ik vond dat raar, want dat is toch één van de belangrijkste momenten van de 20e eeuw. Dit gegeven is me bijgebleven en zo ben ik door te zoeken op het internet terechtgekomen bij heel wat ‘conspiracy’-theorieën. Daar ben ik op blijven doorgraven en zo kwam ik bij die 'black helikopters' terecht, die uiteindelijk ook hun eigen beelden genereren. Deze installatie is eigenlijk mijn minst verwerkte werk.

Hoe begin je aan zo’n totaalinstallatie?
Verwéé: Meestal begin ik met schetsen en notities die dan voorstudies zijn voor mijn sculpturen.

Je bent dan toch erg bezig met het esthetische. Als ik binnenkwam in Croxhapox en je installatie zag, had ik echt een ‘waw’-gevoel, dat blauw was gewoon prachtig!


Verwée: Misschien esthetiek als verleiding? Maar ja, mijn werken mogen wel ‘af’ zijn, het is geen zuiver conceptueel werk. Ik denk ook dat zo’n installatie op verschillende niveaus kan werken voor de toeschouwer. Die blauwe vlag waar je naar vroeg diende als een soort 'backdrop' voor de tentoonstelling. Ze snijdt ook de kern van de thematiek aan en verbindt de verschillende complottheorieën met elkaar. We zien de Amerikaanse vlag geschilderd in de pantone kleur van de VN. Het reflecteert op een uitzinnige gedachte dat leeft bij mensen die denken dat de Verenigde Naties
een samenzwering  beramen om de Amerikaanse Staat omver te werpen. 
De teksten van Myron Feagon (die als een aftiteling te lezen waren op een flatscreen in de ruimte) sluiten daar nauw bij aan en lijken soms een blauwdruk voor latere complottheorieën. Verder waren er in de installatie vier maquettes te zien, drie met gemutileerde koeien en één zwarte helikopter op monumentaal aandoende sokkels. Een sculptuur van een kindsoldaat moest de irreële sfeer van dreiging benadrukken.


Jouw vorige installatie in OneTwenty 'It was in the news today' was ook heel esthetisch. De video speelde zich af in een perfect gestileerde bar.
Verwéé: Ik wou het gevoel oproepen van mensen die voor of na hun werk nog iets gaan drinken in een bar en vlug nog het nieuws meepikken op een tv scherm.

We zien op die video een nieuwsstudio die spontaan in brand vliegt. Ik las dat je op dit idee kwam doordat nieuws op den duur meer te maken heeft met decor, belichting en muziekjes dan dat het over inhoud gaat. Je alludeert ook op het idee dat een nieuwsstudio gezien wordt als de veiligste plek op aarde.


Verwée: Het Nieuws is een ritueel, bijna een religieus gegeven. Het heeft zijn eigen codes, beeldtaal en verloop. Het nieuws als aperitief voor het avondmaal. Op een ander niveau heb je de speculatieve vraag of je wel zekerheid hebt dat nieuwsinformatie echt correct is. Sommige beelden kunnen ook ‘staged’ zijn. De aanleiding om dit werk te maken was een was een news-item van een antie-Irak-betoging in de VS, dat uiteindelijk een fake opname bleek. De nieuwsstudio die ik doe opbranden is meer een soort heidens ritueel, een zuivering.

Hoe begin je aan zo’n installatie? Hoe kies je je materialen?
Verwéé: Voor de nieuwsstudio maakte ik een maquette van 1,5 op 2,5 meter die we met een paar liter aceton hebben doen ontbranden. Dit alles werd ‘live’ gefilmd met vier camera’s. De volgende stap was die bar ontwerpen en bouwen, wat pas na de derde keer lukte en goed zat voor mij.

Je bent zo perfectionistisch?
Verwée: De helft van de dingen die ik maak belanden sowieso in de vuilbak.

Die handenarbeid vind je dan geen tijdverlies? Dit beschouw je gewoon als je weg naar het doel toe?
Verwéé: Handenarbeid heeft ook iets rustgevend, is plezant en is het moment waarop je nadenkt waarmee je bezig bent. 


Op je huidige expo 'Trigger' in de OneTwenty toon je ons twee kleinere sculpturen. We zien als eerste sculptuur een elektriciteitsmast op een soort vuilnisbelt. Het straalt iets futuristisch-technologisch uit met een donker kantje.
Verwéé: Ik ben van plan meer sculpturen te maken die een eigen logica hebben en autonoom werken. Deze sculptuur stelt een hoogspanningsmast voor die zichzelf belicht. Het idee dat ik er mij bij voorstel is dat één seconde een oneindigheid zou kunnen duren. Ik heb ook de noodzaak beelden te maken die losgekoppeld zijn van de thema’s waarrond ik werk. Die beelden starten en beginnen hun eigen leven te leiden tot die in hun materie daar staan. 
 

De tweede sculptuur die we hier zien is een soort anonieme zwarte industriële constructie waarin er drie stills getoond worden.
Verwée: Het zijn geen stills maar korte stukken film die komen uit een Hollywoodproductie: 'Conspiracy theory'. Het idee heb ik van Michael Haneke (een Duitse filmregisseur bekend van o.a. 'Funny Games', red) die eens in een essay geschreven heeft dat Hollywoodfilms dienen als consumptie en niet als reflectie. Hier wou ik dus ook die film van twee uur reduceren tot drie minuten, waar ik dan ook de essentie uit die film wil laten zien.

Je twee sculpturen op deze expo zijn niet getiteld, maar we krijgen wel een tekst met uitleg erbij. Vind je dat belangrijk of vind je dat je werk voor zichzelf moet spreken?
Verwéé: Ikzelf ben niet iemand die rondloopt met de begeleidende tekst in de hand als ik een expo bezoek, maar ik vind wel dat het goed is dat die er is voor geïnteresseerden, het is uiteindelijk een kunstvorm op zich. Ik ben mij bewust dat de toeschouwer daar behoefte kan aan hebben, al hebben ze die noodzaak niet als ze naar de Mona Lisa gaan kijken. Omdat ze dat beeld dénken te kennen.

Maar de Mona Lisa maakt dan ook emoties los, terwijl deze twee sculpturen eerder koel zijn.
Verwée: Dat ligt aan de toeschouwer. Trouwens ik wil van de toeschouwer niet zoveel, ik ben geen missionaris. Ik kan niet verwachten dat die iets goed vindt of mijn werk begrijpt. Iemand zag in mijn hoogspanningsmast een inktvis. Ik vind het fantastisch als de kijker zijn eigen beelden, geschiedenis en gevoelens aan mijn werk kan linken.

Maar als wij niet iets uit je werk kunnen opmaken, wat dan? Want die sculptuur met die hoogspanningsmast zou je evengoed op zijn kop kunnen geplaatst hebben toch? Dan was het toch jouw zelfde verhaal, maar gewoon compositorisch een ander beeld?
Verwéé: Dat vind ik nu wel echt eens een goed idee! (lacht) Maar Hilde, je zoekt een antwoord dat er niet echt is.

Vind je het belangrijk dat je installaties de kijker attent maken op politieke of sociale problemen? Wil je iets blootleggen? Want niet zelden link je je werk met geschiedenis. Wil je de mensen doen nadenken? Want het zijn niet enkel mooie plaatjes die je maakt.
Verwéé: Ja, inderdaad, maar ik wil ze attent maken op een dubbele ironische manier. Mijn werken zijn politiek geladen, maar tonen meer een fictie van de geladenheid, als een soort niemandsland van goede bedoelingen en ideeën.

Vind je dat de kunstenaar de mensen kan helpen?
Verwée: Nee, de kunstenaar kan geen mensen helpen en dat is ook niet de functie van de kunstenaar, àls een kunstenaar al een functie heeft tenminste. Waarom zijn we kunstenaar? Omdat we de vrijheid willen hebben de dingen te maken die we écht willen maken en dat is dan nog niet 100% waar.

Maak je dan kunst om jezelf te helpen?
Verwéé: Misschien wel, maar nu zijn we wel een heel therapeutisch pad aan het bewandelen. Kunst is voor mij geen therapie maar eerder een spel, zoals je in het Engels ‘game and play’ hebt. ‘Play’ is zoals een kind speelt, ‘game’ is een spel met spelregels, als kunstenaar zit je tussen die twee polen en reflecteer je op je omgeving.

Kunst is nooit vrijblijvend?
Verwée: Kunst is nooit vrijblijvend!

Als ik je nu hier zou portretteren in verf, dan is dat toch vrijblijvend?
Verwée: Nee! Want je neemt eerst al heel de traditie van portretschilderen mee, je hebt de interactie tussen model en schilder, dit is allemaal niet vrijblijvend. Trouwens de definitie kunst en niet-kunst is al zo complex.

Een zondagsschilder is geen kunstenaar voor jou?
Verwée: Ik heb een 60-jarige vriend die van zichzelf zegt: ‘ik ben broodschilder’. Hij staat elke ochtend om 6u ’s ochtends op om tot 12u te schilderen, slaapt wat en gaat dan op café. Dat is voor mij een kunstenaar. Natuurlijk.

Voel je je dan kunstenaar? Is dat iets dat je bént?
Verwée: Ik denk dat je kunstenaar bent als je iets produceert (wat ook conceptueel kan zijn), of je nu tentoonstelt of niet. Je kan misschien in een grot in Griekenland heel je leven virtuoos klarinet spelen, dan ben je misschien ook kunstenaar, maar niemand zal het gehoord hebben.

Vindt je het als kunstenaar belangrijk feedback te krijgen van de kijker?
Verwée: Ik vind het zelf wel noodzakelijk mijn werken te tonen.

Cultiveer jij het kunstenaarschap?
Verwée: Niet echt. Ik heb het begrip kunstenaarschap niet uitgevonden. Uiteindelijk is het hedendaags kunstgebeuren een marginaal gegeven in de maatschappij. Amper 3% die in die sector iets doet.

Wat vind je van de plaats van de kunstenaar in ons huidig tijdsgewricht?
Verwéé: Een kunstenaar heeft altijd bestaan en zal altijd blijven bestaan, onder gelijk welk regime. Er zal altijd noodzaak zijn naar beelden maken, gematerialiseerde gedachten. Zelfs in kerkers zitten mensen te tekenen. Trouwens iedereen neemt op de een of andere manier een plaats in ons tijdsgewricht. Denk ik…

Is je atelier de plaats waar je het liefste bent?
Verwée: Nee, ik zit liever in Bobbejaanland eigenlijk. (lacht)

Vind je het uitdenken het leukste?
Verwée: Nee, het gevoel dat iets af is, is eigenlijk het leukst. Maar spijtig genoeg zie je altijd nog iets dat beter moet. Misschien dat je toch altijd op zoek gaat naar een finaal beeld, maar dan weet je dat er toch nog zoveel andere beelden op je zitten te wachten die je wilt maken.

Maar als je ultieme beeld zal gerealiseerd zijn, ga je misschien geen zin meer hebben om kunst te maken?
Verwéé: De motor van de motivatie is juist dat kleine gevoel van ontevredenheid waardoor je zin hebt verder nieuwe dingen te ontwikkelen. Het is altijd een spel van bedenken en uitvoeren.

Zelfs al zou je geen succes hebben, zie je je dat dan heel je leven doen, kunst maken?
Verwée: Als ik zeven jaar was, was ik gefascineerd door palmbomen schilderen, honderden heb ik er gemaakt, dus ja… Maar ik realiseerde mij pas nadat ik op de academie afstudeerde dat je als kunstenaar echt die vrijheid hebt dingen te bedenken en te maken die je in geen enkel ander systeem zou kunnen doen.

Is vrijheid dan het kernwoord?
Verwée: ‘Freedom’ is een zeer mooi ambigue woord dat totaal uit zijn context gehaald is ,maar wel de kern in zich draagt. Er komen ook hard werken en teleurstelling bij te pas naast de kleine overwinningen. Twee stappen vooruit en één stap achteruit.

Het is die fantasiewereld die je wilt blijven creëren?
Verwée: Ja en nee. Ik voel me nauw verbonden met het idee van de werkelijkheid, hoe beschouw je die? Ik maak geen rare kleine wezentjes die iets kunnen doen wat andere mensen niet kunnen doen. Zo zit ik niet in elkaar. Er is altijd een tentakel naar wat er echt in de wereld gebeurt.

Wat was het eerste kunstwerk van iemand anders die je echt warm deed voelen?
Verwée: De videointstallatie 'Electric Earth' van de Amerikaanse kunstenaar Doug Aitken die ik op de Biennale van Venetië in ’96 had gezien. Maar het allereerste was misschien het schilderij 'Jezus in de woestijn' van Van De Woestijne ((Christus in de woestijn uit 1939 van Gustave Van De Woestijne hangt in het Gentse Museum voor Schone Kunsten, red) dat ik als kind meerdere keren heb bekeken.

Wil je dat je werk herinnerd wordt als tijdloos of vind je dat kunst een momentopname is?
Verwée: Had Goya op het einde van zijn leven zijn zwarte periode niet doorgemaakt, hadden we hem ook maar gekend als hofschilder of hadden wij hem waarschijnlijk zelfs helemaal niet gekend. Dus op deze vraag valt niet te antwoorden, want dat kan je niet onder controle hebben.

Heeft de komst van je dochter je kunst veranderd?
Verwée: Het heeft me als persoon veel veranderd en wie weet verandert mijn kunst daarom ook wel mee. Maar het is zoals met de economische crisis, dat merk je ook pas een poos later…


Voor wat heb je absoluut geen talent?
Verwée: Acteren en interviews…

Dat valt heel goed mee Adriaan!




Hilde Van Canneyt, Copyright 2009. Met dank aan croxhapox.



Adriaan Verwéé stelt nog tot 1 feb '09 tentoon in de groepstentoonstelling 'Trigger' samengesteld door Sofie Van Loo in galerie Tatjana Pieters/OneTwenty, Burggravenlaan 40, 9000 Gent.
Op 30 jan vanaf 20u is het finissage met een lezing door de curator.
Meer info: www.onetwenty.be







statcounter