interview met stijn van dorpe


Gent, 5 december 2008.

Ik ontmoet kunstenaar Stijn Van Dorpe(1970) in mijn woonkamer. Omdat het vandaag zijn 38e verjaardag is heb ik een taart gehaald en is het de ideale dag om eens bij zijn kunstenaarschap stil te staan. Hij verwittigde me al op voorhand dat ik nooit een recht antwoord zal krijgen, dus dat belooft…

Hallo Stijn, proficiat met je verjaardag én je expo natuurlijk! Stel jezelf eens kort voor als kunstenaar.
Stijn Van Dorpe: Dit is eigenlijk al een ontzettend moeilijke vraag waar ik meestal geen antwoord op weet en eigenlijk ook niet op wil antwoorden. Maar dat is dan eigenlijk een slecht begin voor je interview… Om mijn praktijk te beschrijven zou ik zeggen dat ik iemand ben die acties onderneemt en als kunst beschouw.

Omdat je niet meer bevredigd werd door de traditionele technieken van het schilderen zocht je naar andere middelen om je beeldend uit te drukken. Leg eens uit.
Van Dorpe: Oeioei, dat is al oude koek, dat is allang geleden. Ik heb geen zin om daar nog over na te denken…

Leg me dan uit hoe je gekomen bent van de schilderkunst naar de actie. Waarom bevredigde schilderkunst je plots niet meer?
Van Dorpe: Dat heeft te maken met het procesmatige in mijn werk. Bij een schilderij is het eerste wat je ziet een beeld, een vorm, een resultaat, een product. Misschien wil ik ook werk maken dat op de één of andere manier meer in het leven staat.

Je stelt je ook altijd de vraag over het hoe en waarom van het tentoonstellen van kunst en hoe je je kunst voorstelt aan het publiek in de architecturale ruimte.
Van Dorpe: Dat is inderdaad een belangrijke vraag. Hoe ik iets tentoon stel is ongelooflijk belangrijk. Ik slaag er bijvoorbeeld niet in op mijn website mijn werk op een degelijke manier naar voor te brengen. De fysische en mentale ruimte is voor mij enorm belangrijk, hoe verhouden beiden zich tot elkaar?

Kernwoorden van je werk zijn actie, dynamiek, het procesmatige en herhaling.
Van Dorpe: Dat zijn voor mij helemaal geen kernwoorden, maar ok. Ik zal ze eens onder de loep nemen.
Acties ja, die performatieve gedachte vind ik heel belangrijk.

Dynamiek? Ik weet niet waar je dat uithaalt.

Om iets over dat procesmatige te zeggen zou je een theoretisch -en dus compleet idioot- onderscheid kunnen maken tussen kunst die bezig is met esthetiek en vorm, kunst die een soort sacraliteit, een waarheid die ergens om de hoek gluurt najaagt en werk dat het proces belangrijk vindt. Je moet je dat niet zo mei ‘68 voorstellen. Het gaat hier eerder om het werkelijke, het tonen, het niet verdoezelen, de gedachtegang ook van de kunstenaar als enige vorm. Een zeer relativerende houding dus.

Bij het woord herhaling heb ik nog nooit stilgestaan, dus herhaling is blijkbaar toch niet zo belangrijk voor mij. Om het misschien over een recent werk te hebben die nu ook in TRANSIT hangt: een poster met een ballon in een vuilbak die opgeblazen wordt. Daar zie je inderdaad een herhaling. En de functie daarvan is dat het eigenlijk gaat over alle vuilbakken van Gent. In iedere vuilbak wordt een ballon opgeblazen waardoor je een soort sculptuur krijgt. Een lege vuilbak, een ballon met lucht en mijn longen die leeg zijn. Je krijgt dus een aaneenschakeling van lege vormen die telkens anders zijn omdat het beginsel anders is: de vuilbakken.

Om het over die leegte te hebben, dat is ook een woord dat bij je past.
Van Dorpe: Dank u!

Je wilt die leegte bevestigen in haar bestaan. Vanwaar de fascinatie voor die leegte?
Van Dorpe: Om te beginnen heb ik helemaal geen fascinatie voor de leegte. Maar de wereld als lege vorm is gewoon de enige interessante invalshoek volgens mij. Dit staat haaks op een wereld die overbeladen is met betekenissen. Het heeft te maken met een vrijplaats die ontstaat. Maar ik heb niet veel zin om daar veel over te zeggen. Daarbij heb ik het gevoel dat dit door velen altijd slecht begrepen wordt. Velen kennen voor het woord leegte alleen maar een pejoratieve invulling. Je kan dat er met geen stokken uitkrijgen.

Vind je dat kunst de leegte van het bestaan opvult?
Van Dorpe: Zie je wel!
Maar ik wil wel op je totaal andere vraag antwoorden. Ik weet dat niet of kunst de leegte van het bestaan opvult. Al zou ik hier ook een pathetische zin kunnen toevoegen in de aard van: kunst laat de wereld subtieler zien, in al zijn mogelijkheden ook.

Maar is het niet zo dat hoe meer kunst je ziet en (her)kent, hoe meer je de schoonheid ervan ziet? Want als je iets niet kent loop je aan de schoonheid voorbij. Hoe meer je van kunst kent hoe minder je de leegheid van het bestaan ziet?
Van Dorpe: Dat weet ik niet. Ik durf dat zo maar niet doortrekken op het leven, dat zou wel iets zeer akeligs hebben. Trouwens ook hier weer, het komt er net op aan de leegheid van het bestaan te omarmen, daar het potentieel van te zien.

Nog een paar kernwoorden in je teksten zijn schoonheid, poëzie subtiliteit en traagheid. Toch woorden die anno 2008 in de kunst een vieze smaak achterlaten.
Van Dorpe: Als kunst niet over schoonheid gaat, dan is dat helemaal geen kunst! Mijn werk gaat in esthetische zin nooit over schoonheid, maar het zal altijd naar schoonheid leiden.
Ik heb mijn werk inderdaad al gelinkt aan poëzie. Mijn werk is poëtisch, maar ik kan me niet voorstellen dat er beeldend werk bestaat dat niet poëtisch is. Poëtisch werk wordt soms gelinkt aan karakterloze, ‘softe’ maar gevoelige werkjes. “‘t Is poëtisch” zeggen de mensen dan… Daar wil ik uiteraard niets met te maken hebben. Maar wat is poëzie? Dat heeft te maken met het feit dat een kunstwerk een zinloze -en in wezen ook talige- constructie is. Een constructie die dus haaks staat op functionele constructies.

Subtiliteit is ook bij elk goed werk belangrijk, het lijkt me een essentieel begrip in de kunst. Subtiliteit staat tegenover een statement. Kunst is per definitie iets dat zich van een hele hoop zaken moet weghouden. Het is een oefening om overal omheen te lopen. Kunst toont de wereld op een subtiele manier waardoor je hem op een ander manier ziet.

Traagheid link ik niet meer direct aan mijn werk -in tegenstelling tot mijn vroege filmpjes waar ik van de toeschouwer verwachtte dat ze 30 minuten keken hoe ik door een gebarricadeerd deurgat liep bijvoorbeeld-. Maar traagheid heeft tegelijkertijd een enorme hardheid omdat we dat niet meer gewoon zijn. Dus geen kwaad woord over traagheid.

Daarmee zijn we toegekomen aan nog twee kernwoorden in je werk: toeval en spontaniteit.
Van Dorpe: Ook dit zijn werkelijk woorden die ikzelf nooit op mijn werk zou plakken. Zeker spontaniteit is een ongelooflijk problematisch woord. Toeval, ja, ok… In een werk van mij waarin ik een fles al wandelend omverstoot gaat het om de enorme passiviteit van mezelf als kunstenaar. Ik loop dat baantje af en stamp heel onachtzaam die fles om. Het gaat hier om de enorme passiviteit van mezelf en mijn positie als kunstenaar.
Ik laat mijn spoor na door zo’n fles achteloos om te stampen en die fles gaat haar eigen verhaal vertellen. In die zin is er toeval aanwezig in mijn werk. Maar uiteraard speelt zich dat af binnen een sterke constructie, de beslissing deze actie te ondernemen en op een bepaalde manier in beeld te brengen.

Je houdt ervan te werken met banale gevonden dagdagelijkse voowerpen die op je weg komen…
Van Dorpe: Misschien is dat niet goed omschreven. Het zijn vooral ‘lage’ zaken zoals vuilbakken, onderbroeken… Misschien heb ik een voorliefde voor alles dat er zo weinig als kunst uitziet. Of dingen zonder pracht en praal. Of wie weet vanuit een underdogpositie? Ik kan er geen sluitend antwoord op geven.

Kunst met de grote ‘K’ interesseert je dan eigenlijk niet?
Van Dorpe: Dat heeft daar toch niets met te maken! En wat is kunst met de grote ‘K’? Uiteindelijk kan kunst niet zonder ‘de luchtbel Kunst’. Kunst is een taal en ik zie geen mogelijkheid om die dans te ontspringen. En zelfs al zou je je er willen tegen afzetten moet je toch een beroep doen op die taal.

Wat wil je met je kunst aantonen? Wat verwacht je van inspanning van de toeschouwer? Wat probeer je te doorbreken?
Van Dorpe: Oei, dat zijn drie vragen ineen die een genuanceerd antwoord willen… Maar ik wil niks aantonen met mijn kunst! Voor mij is kunst een manier om met het leven om te gaan en te overleven. Dat zeg ik nu, maar dit is veel te vrijblijvend, want wat zou ik hier morgen op antwoorden? Eigenlijk wil ik niks vertellen met mijn kunst en wil ik ook tonen dat ik niks wil vertellen daarmee. Zo heb ik nu in TRANSIT een diashow, ‘Farwestgetiteld, die gemaakt is uit geplooide vormen met mijn kousen, broeken en onderbroeken’. En iedere vorm heeft ook een titel die of te maken heeft met de kunst, of met andere realiteiten,zoals western-termen. Er ontstaat een totaal ‘non verhaal’, flarden van taal en beelden, brokstukken of verbanden die al dan niet kunnen gelegd worden. Dus wat wil ik daarmee vertellen? De schoonheid tonen van doelloze materie?

Dan verwacht je toch die inspanning van ons?
Van Dorpe: Een goed werk beroept op de creativiteit en het potentieel van de toeschouwer. Want bij een goed werk zal er bij de kijker van alles geprikkeld worden waardoor hij zich bewust wordt van zijn vermogen om verbindingen te maken, te interpreteren en verhalen te maken. Het legt de vinger op het vermogen van de toeschouwer om andere constructies te maken dan degene hij gewoonlijk maakt.

Jouw werk blijft altijd ‘open’. Bewust?
Van Dorpe: Maar een goed werk is altijd ‘open’! Een werk dat niets aan interpretatie overlaat of een werk dat enkel een statement is, is per definitie een slecht werk.

Voor jou is een interessant beeld een zwijgend vertellend beeld. Vanwaar heb je dan toch de nood altijd tekst en uitleg te geven bij je werk?
Van Dorpe: Ik heb die nood helemaal niet. Maar soms is de tekst bij een werk, een kader dat geschetst wordt waarbinnen een werk gelezen kan worden, essentieel.
Ik zou er hier trouwens ook willen op wijzen dat bijvoorbeeld sommige schilders die zeggen dat een werk voor zich spreekt vergeten dat zij, en de bewonderaars van deze werken, beroep doen op een voorkennis, namelijk die van de schilderkunst. Dat is uiteraard ook een taal en een kader waarbinnen je een werk een plaats geeft.
En in bredere zin spreekt een kunstwerk ook maar binnen en door een cultuur. Weliswaar is dit een in elkaar overlopende en elkaar beïnvloedende substantie en kan die dus niet als alleenstaande entiteit aanzien worden natuurlijk. Maar ook dat is een kader, een tekst, een context.

Hoe inspireren Mondriaan en Malevish je? Want die namen komen me soms ter ore in je teksten.
Van Dorpe: De vraag zou moeten zijn: hoe verhoud jij je ertegen? Op het werk 'Perfect square' dat nu in TRANSIT tentoongesteld wordt zie je een kruis met in het midden een uitgespaarde ruit. Als je dit beeld op het eerste zicht ziet ga je inderdaad aan Malevish denken. Maar op het tweede zicht krijg je een ontwapend beeld omdat je ziet dat de vormen gemaakt zijn met mijn broeken. Dit ook met een knipoog naar de verdwijntruc, maar dit geheel ter zijde. Hoe ik me verhoud tot de vernoemde kunstenaars spreekt uit dat werk, maar verder wens ik daar geen uitleg over te geven.

Hoe denk je over politiek in de kunst?
Van Dorpe: Per definitie is elk werk van mij, en elk werk tout court een politiek werk. Omdat een kunstenaar door zijn visie op de wereld ook al politiek gelinkt is. Ook de manier waarop je de toeschouwer dwingt met je werk om te gaan, spreekt een maatschappelijke visie. In de handeling van het maken zelf, in de syntaxis zitten politieke keuzes. Dat is iets anders dan het stellen van politieke statements, want dat kan nogal eens slecht aflopen.

Zie je jezelf ook als voorbeeld voor andere kunstenaars? Zou door je toedoen het kunstbeeld van België kunnen veranderen?
Van Dorpe: (lacht) Daar ben ik écht niet mee bezig.

Wil je je naam groter zien worden in de kustscène?
Van Dorpe: Kunstenaars zijn natuurlijk allemaal grote ego’s…

Ik zie je veel op vernissages. Ik vermoed dat naast de gezellige drukte en een lekker glas je daar vooral bent om te zien wat je collega’s ervan bakken.
Van Dorpe: Ik dacht niet dat ik zoveel op vernissages loop, maar wel wil ik zien wat er gebeurt in de kunstwereld.

We hebben het nog net iets te weinig gehad over je expo in TRANSIT, toch de reden waarvoor je hier bent…
Van Dorpe: In de tentoonstelling staan twee monitoren tegenover elkaar, zodanig dat ze de ruimte vullen. Je ziet mezelf tegen de muur staan terwijl ik ballonnetjes opblaas en tegen de muur rond mijn hoofd vastkleef zodanig dat je een aureool krijgt. Dan ga ik terug naar de camera en film ik de ruimte tussen mezelf en die muur. Vanaf de camera ga ik dat filmen, dan ben ik eigenlijk nog aanwezig tussen camera en de muur. Ik film ondertussen mensen die passeren tussen dat spanningsveld. Dit werk gaat onder andere over aanwezigheid én afwezigheid.

Op je expo ligt ook een koperen plaatje met een zelfgeschreven tekst in gegraveerd, kan je me hierover ook iets vertellen? Hoe ben je hiertoe gekomen?
Van Dorpe: Ik vroeg me af hoe iemand een liefde voor een object kan opvatten. Hier link ik het object aan een gedachte, een gedachte die op verschillende manieren kan begrepen worden en die bovendien ook een metafoor is voor mijn werk. De gedachte krijgt gewicht doordat ze op koper gegraveerd is. Het metaal wordt opgeladen met betekenislagen. Op het moment dat iemand zich gaat identificeren met dat verhaal, gaat hij dat object als iets persoonlijks herkennen en daarom wilt hij het ook hebben. Je mag dat natuurlijk ook allemaal niet zonder de nodige humor bekijken.

Hoe begin je aan zo’n werk?
Van Dorpe: Ik heb geen enkel systeem.

Wat wil je nog bereiken met je kunst?
Van Dorpe: Ik heb daar terug geen antwoord op, want daar ben ik niet mee bezig. Maar dat zal ook wel wat gelogen zijn. Het belangrijkste is eigenlijk met bepaalde mensen omgaan die met dingen bezig zijn die interessant zijn, net als op andere plaatsen komen ook.
Misschien zou ik eigenlijk een methode willen hebben om werk te maken, zodat ik er niet te veel hoef over na te denken, maar dan zou mijn werk heel saai worden.

Voel je jezelf een levensverbeteraar?
Van Dorpe: Neen. Er zitten zowel idealen als utopieën in mijn werk maar evenzeer ranzige kanten. Het is des levens.

Hebben uw kinderen invloed op uw kunst?
Van Dorpe: Niet rechtstreeks denk ik.

Ben je 24/24 met je kunst bezig?
Van Dorpe: Ja en neen. Ik ben er altijd en nooit mee bezig.

Heb je nog andere hobby’s buiten de kunst?
Van Dorpe: Niet direct dat ik weet. Trouwens kunst is bij mij ook geen hobby hé!

Als je jong was, wist je dan, ik word kunstenaar?
Van Dorpe: Op sommige momenten wel, want ik kon heel goed tekenen als kind.

Als je geen kunstenaar was geworden, wat dan wel?
Van Dorpe: Hilde wat een vreselijke vragen! En ik wist op voorhand dat je deze vraag ging stellen en toch heb ik er niet over nagedacht, omdat ik daar gewoon te lui voor ben... Maar dat kan ik toch niet weten. Misschien wel landloper!

Zie je jezelf als opa nog terug verf en penseel ter hand nemen?
Van Dorpe: (lacht) Ik denk het niet, maar ook dat kan ik toch niet weten?

Heb je nog rare trekken of rituelen voor je aan ‘kunst maken’ begint die je met de buitenwereld wilt delen?
Van Dorpe: Euh… neen hoor!

Stijn, bedankt om je interessante zielenroerselen bloot te leggen!

Hilde Van Canneyt. Copyright 2008. Met dank aan croxhapox.

Stijn Van Dorpe stelt nog tot 14/12/08 tentoon in galerij TRANSIT in Mechelen.
WWW.TRANSIT.BE

statcounter