Interview met Catharina Dhaen



Interview met Catharina Dhaen (1992), mei 2014 voor de bundel ‘Une femme es une femme’ (uitgegeven door PAK, Gistel)

September 2016: ondertussen is Dhaen net afgestudeerd aan het KASK te Gent en wordt ze vertegenwoordigd door galerie Sofie Van de Velde in Antwerpen.
Ze had ondertussen al expo’s in galerie Sofie Van de Velde, CAMPO Gent, Musée Marthe Donas, Brussel, Zwarte Zaal Gent, PAK Gistel, WARP Sint-Niklaas, Voorkamer Lier en op de beurs van Art Rotterdam.
In november 17 is ze geselecteerd voor de groepstentoonstelling in het ADAM Museum te Brussel n.a.v. ArtContext. (24/11/16 – 09/01/17)

Hilde Van Canneyt: Hallo Catharina, je vertelde me dat als je over de wereld rondom jou zou willen schilderen, je niet zou weten waar te beginnen of te eindigen. Daarom trek je voor je aan een schilderij begint, de wereld eerst vacuüm en vertrek je vanuit het ‘niks’.

Catharina Dhaen: Ik hanteer deze strategie omdat het in zekere zin duidelijkheid schept: een goed afgebakend kader waarbinnen er nog steeds veel mogelijkheden zijn. In hoeverre ik radicaliseer, verschilt van tijd tot tijd. Soms vertrek ik vanuit een of andere vlek of vorm die ik als startpunt op het doek heb gezet. Maar nog veel vaker vertrek ik echt vanuit niets. Dat is moeilijk omdat ik alle intenties volledig aan de kant schuif en dus eigenlijk geen houvast heb. Het is heel dubbel, want enerzijds ben ik enorm vrij, anderzijds beperk ik mezelf door qua onderwerp zeer bewuste keuzes te maken en te elimineren. Ik werk trouwens het best als ik slecht geslapen heb. Dan sta ik ‘in neutraal’ en vergeet ik mezelf volledig. Het gaat dan niet meer om de schilder, maar om het schilderij.

HVC: Je schilderijen zijn nog in volle ontwikkeling en zijn een deel van je zoektocht. Het is aan ons om het verhaal van je schilderijen te maken. Dit is een deel van de kunst en elke hint, zoals de titel, zou ons teveel beïnvloeden. Je hekelt daarom het narratieve in je eigen werk.

CD: Toen ik begon te schilderen, was ik op zoek naar beelden. Op het internet zocht ik wazige foto’s van bewakingscamera’s of homevideo’s. Ik koos stills uit films als ‘Feed’. Met dit soort beelden heb ik een hele reeks schilderijen gemaakt. Daarna ben ik begonnen met schilderen naar model en is mijn interesse verschoven naar het vleselijke van het schilderij, de verfhuid van het doek. De focus ligt daarom nu veel meer op het zoeken naar inhoud via de vorm, hoewel in collages dat evenwicht soms wankel wordt en daar juist de inhoud aanzet om naar de vorm te kijken. Ik vind het een interessante wisselwerking. Hoe dan ook, een hedendaagse Géricault ben ik niet. Verhalen vertellen is mijn ding niet; dat laat ik liever over aan kunstenaars die dat veel liever en waarschijnlijk ook beter doen. Weet je, een werk kan op veel manieren politiek zijn. Het moeten daarom geen grote, letterlijke uitspraken zijn. Ik wil dat mensen in eerste instantie naar de verf kijken en niet naar een beeld. Als ik een beeld zou willen schilderen, zou ik naar een doel toewerken, en het dat is juist wat ik wil vermijden.

HVC: Jouw tekeningen zijn voor jou een intiemer iets. Je houdt ze dan ook liever voor jezelf.

CD: Ik voel me heel vrij tijdens het tekenen. Ik werk zowel op grote bladen als in kleine boekjes. De tekeningen staan in principe los van mijn schilderijen, maar de processen beïnvloeden elkaar absoluut. Aangezien ik niet naar een doel toe werk, zijn mijn tekeningen geen (voor)schetsen voor schilderijen. Ik zie ze als autonome werken. Het is niet zo dat ik ze liever voor mezelf hou, wel heb ik het moeilijker met de presentatiemogelijkheden. Daarom toon ik zelden tekeningen, want een tekening perfect ophangen, is vreselijk moeilijk. Je moet ze bijna altijd inkaderen en kaders zijn een heikel punt… Het zijn vaak ondingen die je tekening de mond snoeren. Bij een schilderij daarentegen, eens de coördinaten zijn bepaald, klop je twee nagels in de muur, hang je je schilderij eraan et voilà. Een tekenboekje - en daar heb ik er in de loop der jaren veel van verzameld - is nog het moeilijkste van al om aan je publiek te tonen. De handeling van het bladeren en de opeenvolging van de tekeningen is heel belangrijk. Ik heb er altijd al van gedroomd om een uitgave te maken gebaseerd op mijn teken- en notitieboeken: een boekje met goede reproducties van tekeningen, collages en teksten. In eigen beheer heb ik al een publicatie gemaakt.

HVC: Op het eerste gezicht vallen bij je schilderijen de kleuren en de geometrische en organische vormen op. ‘Op het tweede gezicht’ zie je de structuur, materie en verfstreek. Hoe ontstaan jouw vlak- en kleurideeën?

CD: Het is moeilijk om uit te leggen hoe het denkproces precies verloopt. Heel weinig is op voorhand bepaald, en als ik opmerk dat tijdens het schilderen een idee of verlangen ontstaat, doe ik bewust iets anders. Ik ben bang om methodisch te werken. Het is cruciaal om de problematiek te blijven opzoeken, anders stagneert de hele boel. Oplossingen zijn niet half zo interessant als de vraagstelling. De schaakwedstrijd is boeiender dan wie wint, en schilders zijn schakers. Schilders houden zich bezig met de precaire balans tussen het intuïtieve/onbewuste en het rationele/bewuste, en daarom schakel ik na de allereerste reactie vrij vlug over op een andere manier van denken omdat ik niet wil vervallen in een soort van lyrische, sentimentele abstractie. Elke verfstreek, vorm, structuur en kleur is een reactie op een voorgaande handeling.

HVC: Jezelf onverwachts tegenkomen in je werken, gebeurt dus niet?

CD: Ja, natuurlijk gebeurt dat. Elke kunstenaar wordt vroeg of laat geconfronteerd met zichzelf, en ik denk dat dat een goed ding is. Maar in mijn ogen gaat het over het kunstwerk, niet over de kunstenaar, en moet de persoon achter het werk gemarginaliseerd worden.

HVC: Je neemt ook de zijboorden van het doek mee in het schilderen. Een bewuste keuze, vermoed ik.

CD: Absoluut. Ik schilder de zijkanten mee omdat ik zo het schilderij als object - en niet als drager van een beeld - beklemtoon. Een schilderij is een gevouwen oppervlakte met verf op: in wezen niets meer en niets minder dan dat.

HVC: Hebben je schilderijen ‘vrouwelijke trekjes’ of kunnen we als kijker ontwaren dat je werken door een (jonge) vrouw getekend of geschilderd zijn?
CD: Ik heb zelf nog nooit kunnen raden of het werk door een man of door een vrouw werd gemaakt.

HVC: Denk je dat er een verschil in aanpak is wanneer een vrouw dan wel een man een doek ‘bekladt’?

CD: Volgens de stereotypen, zeker! Maar in werkelijkheid? Ik geloof niet in polarisatie en in generaliseren.

HVC: Denk je dat later het moederschap ‘de verf’ in de weg zou kunnen staan?

CD: Mijn directe antwoord? Ja. Ik zie het gezin als een obstakel, maar dat wil niet zeggen dat het niet een mooi iets kan zijn. Ik ben nog maar eenentwintig jaar, nog niet eens afgestudeerd en ik wil me er niet schuldig over voelen dat het idee van huisje-tuintje-boompje me niet aanspreekt. Een gezin hebben betekent dat je aandacht verdeeld wordt, en dat wil ik momenteel niet. Ik wil dat de volle focus op mijn werk ligt. Veel kunstenaars hebben het al moeilijk om voor zichzelf te zorgen, maar als je moeder wordt, moet je ook voor een ander zorgen, nog meer dan voor jezelf. Toch bewijzen veel kunstenaars uit mijn omgeving dat het combineren van het kunstenaarschap met het moeder of vader zijn niet onmogelijk is, en dat kinderen je leven verrijken. Mijn vader is ook kunstenaar en we tekenden vaak samen. Hij heeft daar veel inspiratie en energie uit geput.

HVC: Uiteindelijk schilder je ook vanuit een innerlijke drang, denk ik. Of heb ik het fout?

CD: Ik zou niet willen en niet kunnen stoppen met schilderen, om welke reden dan ook. Mijn docente vertelde dat ze haar baby meenam naar haar atelier omdat er geen oppas was, en dat haar carrière ondertussen aan het boomen was. Of kunstenaar Chuck Close, die vanuit zijn rolstoel en met behulp van zijn assistenten werken realiseert… Zo zijn er nog veel voorbeelden. Als het echt dát is wat je wil, dan doe je het toch, hoe zwaar ook. De moeilijke weg is óók een weg.

HVC: Verstandige (zware) uitspraken voor zo’n jonge meid!
Welke ambities betracht je verder?

CD: Natuurlijk zou ik later graag willen leven van mijn passie, maar hoeveel kunstenaars is dat gegeven? Het zou fantastisch zijn moest ik niets hoeven te doen dat mijn werkproces hindert. Wat ik hoop voor de toekomst is dat ik regelmatig met mijn werk naar buiten kan komen, en dat ik het kan tonen in een interessante context.



statcounter